DORDRECHT GEMEENTEPOLITIE - brieven 1940

Toegangsnummer: 213 # Gemeentepolitie van Dordrecht

Ingekomen brieven en minuten van uitgegane brieven, 1940 - 1945
1 1940 (1-70)
2 1940 (71-149)
3 1940 (150-300)
4 1940 (301-534)
5 1940 (535-754)
6 1940 (755-984)
7 1940 (985-1200)
8 1940 (1201-1499)
9 1940 (1500)
10 1940 (1501-1605)
11 1940 (1606-1633)
12 1940 (1634-2100)
13 1941 (1-100)
14 1941 (101-190)
15 1941 (191-325)
16 1941 (326-500)
17 1941 (501-678)
18 1941 (679-980)
19 1941 (981-1240)
20 1941 (1241-1491)
21 1941 (1492-1642)
22 1941 (1643-1803)
23 1941 (1804-2100)

24 1942 (1-141)
25 1942 (142-221)
26 1942 (222-471)
27 1942 (472-700)
28 1942 (701-858)

29 1942 (859-1028)
30 1942 (1029-1250)
31 1942 (1251-1523)
32 1942 (1524-1732)
33 1942 (1733-2100)
34 1943 (1-114)
35 1943 (115-263)
36 1943 (264-400)
37 1943 (401-667)
38 1943 (668-876)
39 1943 (877-1110)
40 1943 (1111-1399)
41 1943 (1400-1712)
42 1943 (1713-1944)
43 1943 (1945-2155)

44 1945 (1-139)
45 1945 (140-320)
46 1945 (321-681)
47 1945 (682-1000)
48 1945 (1001-1250)
49 1945 (1251-1500)
Alfabetische indices op ingekomen brieven en minuten van uitgegane brieven 1940-1945
50 1940
51 1941
52 1942

53 1943
54 1945
76 Vreemdelingenregister, 1950 - 1951
Journalen 1942-1982
77 jan. - mei 1942
78 mei - nov. 1942
79 nov. 1942 - mrt. 1943
80 mrt. - sept. 1943
81 jan. - mei 1944
82 juni - nov. 1944 [rapport 153 - 1 juni 1944]
83a nov. 1944 - apr. 1945

83b apr. - okt. 1945
84 okt. 1945 - apr. 1946
85 apr. - juli 1946
86 juli - okt. 1946
87 okt. 1946 - 20 jan. 1947
88 jan. - apr. 1947
89 apr. - juli 1947
90 juli - okt. 1947
91 okt. 1947 - jan. 1948
92 feb. - apr. 1948

 

* * * bron: SAD 213-6 (brieven 1940 (755-984)) * * *

# BRIEF 751
Mej. L. Mertens, Palmstraat 42 te Oss / familie van Rooij;

#
BRIEF 754
woonschip J. van Dam, M.C. Verwilligen, 68 jaar, Riedijk 26rd (9-10-1940)

#
BRIEF 756.
B. Verzijl, Lombardstraat 7 (6-5-1940)

# BRIEF 758.
* Cornelis Willem van KAMEN, koperslager, Riedijk 4, 8-11-1928 naar Belgie, Emerich veroordeeld 230101933
* Evert Willem Kreune, Voorstraat 101;

#
BRIEF 760.
Gerrit Jan van Zeben, geb. Barneveld 14-6-1897, inspecteur van Politie 1e kl. te Dordrecht, niet anti-Duitsch.

#
BRIEF 761.
19-6-1940 P. Dekker, Kruis 3;

#
BRIEF 765.
Anthonie Cornelis Uil, chef-adj-rech.
dokter A.C. Drogendijk,. Bosboom Toussaintstraat 4;
Adriana de Geus echtg. Klaas Verhoef
Jacobus Pieter van Alten, 39 jaar, terreinknecht;

#
BRIEF 767.
Joh. Gerardus Erkelens, 54 j.

#
BRIEF 768.
Betsy Staal-Fresco, Singel 146;

#
BRIEF 771.
Marius Marinus Busink, 28-11-1918, sollicitant Kon. Marechaussee.

#
BRIEF 774.
* (18-6-1940)
Betreffende: teruggave van jachtgeweren
Ik heb de eer Uedelgestrenge te verzoeken mij voor 23 Juni 1940 een opgave te willen doen toekomen betreffende het aantal en de soort van jachtgeweren, welke door U destijds op vordering van den Duitschen militairen bevelhebber in bewaring zijn genomen. Deze opgave ware te splitsen naar gelang het betreft jachtwapenen van jachtaktehouders en van anderen. De Secretaris-Generaal;

* AAN Secr-Gen
(20 juni 1940) Naar aanleiding van Uwe circulaire dd. 18 Juni j.l. 5e Afdeeling No. 2013, heb ik de eer UHoogEdelGestrenge mede te deelen, dat op vordering van den Duitschen militairen bevelhebber, na de bezetting, zijn ingenomen 113 jachtgeweren, van verschillend kaliber, waaronder zeer oude geweren. Hieronder zijn 98 dubbelloops- en 15 enkelloopsjachtgeweren. Van 40 dezer jachtgeweren zijn de houders jaarlijks in het bezit eener jachtakte, terwijl de houders van de overige jachtgeweren al dan niet in het bezit waren eener bijzondere machtiging tot het voorhanden hebben van dit vuurwapen, ingevolge de Vuurwapenwet 1919. De Commissaris van Politie.

* (4 november 1940) Ik heb de eer UHoogEdelGestrenge in verband met een schrijven van het Department van Justitie, Directoraat-Generaal van Politie, Algemeene Dienst B No. 2005 dd. 30 october 1940, hiernevens in duplo te doen toekomen een lijst, bevattende de namen enz van Jachtaktehouders en houders van een Vogelvergujning of vergunning tot het dooden van niet beschermde vogels, aan wie door mij een voorloopige verklaring, ingevolge de Vuurwapenwet, geteekend door het Hoofd van het Einsatzkommando der Sichterheitspolizei und des SD te 's-Gravenhage, is uitgereikt.
De Commissaris van politie.

* OPGAVE van personen, aan wie door mij een voorlopige verklaring ingevolge de Vuurwapenwet, geteekend door het Hoofd van het  Hoofd van het Einsatzkommando der Sichterheitspolizei und des SD te 's-Gravenhage, werd uitgereikt:
01. Bastiaan VISSER, koopman, geb. Papendrecht 21-8-1904, wonende te Dordrecht Erkentrudestraat 1
02. Vicitor Emanuel van LOON, onderwijzer, geb. Dordrecht 28-1-1914, Vest 26a
03. Willem Adrianus BOOGAERDT, fabrikant, geb. Krimpen a.d Lek 18-7-1886, Singel 172
04. Pieter Marinus ADAMSE, cafehouder, geb. Dordrecht 9-10-1887, Lange Breestraat 33
05. mr. Barend van MARWIJK KOOIJ, advocaat en procureur, geb. De Bilt 22-8-1881, Singel 914
06. Jacob Cornelis TREURE, fabrikant, geb. Lekkerkerk 10-10-1889, Reeweg Oost 131;
07. Hendrikus Cornelis SPRUIJT, arbeider, geb. Dubbeldam 31-7-1882, Reeweg Zuid 62
08. Christiaan KLIJS, coupeur, geb. Teteringen 6-9-1880, Dordrecht Oranjelaan 17;
09. Wouter KALIS, aannemer, geb. Sliedrecht 29-9-1896, Binnen Kalkhaven 23
10. Alexander Arnoldus LOGGERS, koopman, geb. Alblasserdam 6-2-1893, Voorstraat 77;
11. Johan Willem WATERBEEK, sigarenfabrikant, geb. Dordrecht 1-6-1916, Vriesestraat 95
12. Johannes Hendrik LEBRET Jr, zonder ebroep, geb. Dordrecht 1-11-1871, Adriaan van Bleijenburgstraat 8;
13. Leendert WIJBURG Jr, sleepbootkapitein, geb. Tiel 4-4-1898, Oranjepark 47;
14. Willem Hendrik de VOS, zonder beroep, geb. Geervliet 26-1-1880, Singel 204;
15. Pieter Gerardus KRAFFT, fabrikant, geb. Dordrecht 25-6-1872, Singel 303;
16. Jan de ROOIJ, landbouwer, geb. Dubbeldam 27-12-1880, Zuidendijk 47;
17. Jan KOOPMAN, boomkweeker, geb. Dordrecht 5-11-1878, Mijlweg 65;
18. Gijsbertus Petrus Johannes Emile van WEEZENBEEK, landbouwkundig ingenieur, geb. Rotterdam 23-2-1902, Wolwevershaven 8;
19. Willem VERSLOOT, steenkolen-groothandelaar, geb. Papendrecht 24-10-1910, Cornelis van Beverenstraat 3;
(Houders eener vogelvergunning, of vergunning tot het dooden van niet beschermde vogels)
20. Leendert Cornelis MOLENDIJK, landbouwer, geb. Dordrecht 15-1-1878, Krispijnscheweg 176;
21. Willem DUBBELDAM, landarbeider en onbezoldigd gemeente-veldwachter, geb. te Dubbeldam 1-4-1903, Krabbegors 18 (vogelvergunning H);
22. Lodewijk WILLEMSTEIN, tuindersknecht, geb. Dordrecht 19-11-1903, Kofstraat 1;
23. Gerrit ANDEWEG, landbouwer, geb. Numansdorp 6-12-1892, Zuidendijk 263 (vogelvergunning H);
24. Arie Gerrit van der LINDEN, landbouwer, geb. Dordrecht 8-1-1880, Oudendijk 2 (vogelvergunning H);
25. Abraham van HAREN, baas bij de Houtbereiding van de Nederlandsche Spoorwegen, geb. 's-Gravendeel 30-1-1884, H.F. Tollensstraat 35;
26. Mr. Pieter BLUSSE van Oud-Alblas, advocaat en procureur, geb. te Dordrecht 7-8-1874, Wolwevershaven 17.

#
BRIEF 775.
* (24-6-1940) Ik heb de eer U, ingevolge opdracht van den heer Secretaris-Generaal, waarnemend Hoofd van het Departement van Justitie te 's-Gravenhage, bij circulaire dd. 18 Juni j.l., 5e Afdeeling No. 2014, hiernevens te doen toekomen eene opgave van in deze gemeente aanwezige mtoorvaartuigen met vermelding van den naam enz. van den eigenaar, lengte, diepgang, breedte, snelheid, soort en type van motor en aantal p.k., aantal slaapplaatsen en hulpslaapplaatsen en al dan niet aanwezig zijn van een schipper.
DE COMMISSARIS VAN POLITIE.

* (24-6-1940) Ter voldoening aan het verzoek, vervat in Uwe circulaire dd. 18 juni j.l., 5e Afdeeling No. 2014, heb ik de eer UHoogEdelGestrenge heirnevens eene opgave te doen toekomen van motorvaartuigen, welke eventueel voldoen aan de daarbij vermelde voorwaarden en waarvan de houders in deze gemeente woonachtig zijn.
DE COMMISSARIS VAN POLITIE.

* OPGAVE van motorvaartuigen in de gemenete Dordrecht
JONEL, ligplaats 1e jachthaven bij Monte (Wantij), H. ten HOPE, Van Baerlestraat 82, geen schipper
MADJOE, ligplaats aan het vlot van SCHOON in de Voorstraatshaven, A. HOUTGRAAF, nederlander, Hooikade 8, geen schipper;
COR, ligplaats aan het vlot van SCHOON in de Voorstraatshaven, T. JONKER, Korte Schedingsweg 12
KLAVERVIER, ligplaats in de Nieuwehaven Roei en Zeilvereniging, M. v.d. Kloet, Hellingen 113;
SCHOLVER, ligplaats Maartensgat, A.J. VERINGA, Voorstraat 233;
SOPHIA MARIA, ligplaats Maartensgat, G.H. VERINGA, Voorstraat 308;
VICTOR, ligplaats Riedijkshaven bij de St. Jorisbrug, A.W. van LOON, Vest 26a.
HOLLANDER, ligplaats in de Nieuwehaven Roei en Zeilvereniging, G.T.A.J. WIJERS, Korte Breestraat 1;

#
BRIEF 776.
* (20-6-1940)
Naar aanleiding van Uw schrijven dd 18 dezer No. 11505/V1, heb ik de eer uEdelGestrenge in volgorde der daarin vermelde punten het volgende mede te deelen:
(1) de bevolking der gemeente Dordrecht bedroeg op 1 januari 1940 62.966
(2) De totale sterkte van het Politiecorps bedroeg buiten den Comissaris van Politie 119 man, bestaande uit:
1 Hoofd-insspecteur
4 Inspecteurs 1e klasse
2 Inspecteurs 2e klasse
1 Hoofdklerk
1 klerk 2 klasse
9 hoofdagenten
17 agenten-majoor
67 agenten 1e klasse
16 agenten 2e klasse
(3) Hiervan waren 102 ambtenaren werkzaam in algemeenen dienst (straatdienst) en
(4) 15 ambtenaren voor bijzondere diensten
(5) recherche: 2 inspecteurs zijn meer uitsluitend belast met den Justieelen en recherchedienst, met 4 Hoofdagenten, 3 agenten-majoor en 2 agenten 2e klasse
(6) Zedenpolitie: door den recherchedienst (geen vast aantal).
(7) Kinderpolitie: door den recherchedienst (geen vast aantal).
(8) Fotografie en dactyloscopie: door den recherchedienst
(9) Politiehondenbrigade: niet aanwezig
(10) Bijzondere wetten: door de Inspecteurs van Politie en agenten en Agente-majoor van den algemeenen dienst (geen vast aantal).
(11) Verkeerspolitie: door agenten van Politie van den algemeenen  dienst, onder leiding van een der Inspecteurs van Politie (geen vast aantal).
(12) .....etc

#
BRIEF 780.
(20-6-1940 Ouddorp,) Willem v.d. Ster, geb. Vlaardingen 29-10-1909, tr. Magcheltje Hoogendam;

#
BRIEF 783.
BERICHT.
Unterzeichnete A.J. BECKERMAN, Schutzmann, rapportiert, dass heute nachmittag um etwa 7 Uhr auf der Voorstraat nahe bei demScheffersplein, ein Volksauflauf statt fundet.
Als ich da ankam, ermahnte Schutmann KLARENBEEK die Leuten schon weiterzulauften. Sofort willfahrte man dieser Bitte. Ich habe gesprochen mit dem Marktmeister VAN SOOMEREN, der mir mitteilte, er hatte vernommen dass eind Deutscher Soldat den Kramladen eines judischen Marktkaufmanns ungworfden hatte; er selbst hatte aber nichts gesehen.
Ferner habe ich gesprochen mit DAMMIS KNOOP, kaufmann, geboren in Rotterdam den 16 Juni 1900 und wohnhaft in Dordrecht, Kolfstrasse 29, der mir Folgendes mitteilte:
Heute mittag hatte ich einem in Rotterdam wohnhaftigen judischen Kaufmann einen Kramladen vermietet, stehende auf dem Scheffersplein allhier. Um ungefahr 7 Uhr kam ein deutscher soldat und naherte sich obengenannten Kramladen und wollte dem judischen Kaumann auf den Leib rucken. Der Soldat schimpfte ih aus und rief, er durfte da nicht stehen. Der Kaufmann griff schnell seinen Koffer und ist durchgebrannt. Der deutsche Soldat schmidd ein Brett dieses Kramladens; durch dieses Brett wurde mein Gesicht getroffen. Beim Wiedersehen kann ich diesen deutschen Soldat wohl wedererkennen.
Als die Polizei die Leuten ermahnte wiederzulaufen, entfernte sich auch dieser Soldat.
Dordrecht, den 5 Oktber 1940.
A.J. Beckerman

Ortskommandantur Dordrecht Den 30.10.1940
Abt. Feldgendarmerie
Tgb. Nr. 23/40
U.
dem Polizei-Amt in Dordrecht
zuruckgereicht mit dem bemerken, das die Ermittlungen in dieserAngelegenheit ergebnislos verlaufen sind. Weitere Ermittlungen durfeten keinen Erfolg haben. Obenfeldwebel der Feldgendarmerie 'Badorck'.

#
BRIEF 1507.
motorbrandstofverbruik (Dir-Gen) (23-9-1940)

#
BRIEF 784.
BERICHT.
Heute nacht 5/6 Oktober 1940 um ngefahr 12.15 U. wurden wir, Unterzeichneten, G. SPAAY und B.H.J.H. VAN DER ELST, Schutzmanner, auf der Lange Gelderschekade, van 4 Mitglieder der deutschen Wehrmacht aangesprochen; d.h. eind Offizier, 1 Unter Offizier und 2 IUntergebene Sie fragten uns eine Adresse einer Hure. Nachdem ich, Eestgenannter, ihnen mitgeteilt hatte, dass ich keine solche Adresse wuszte, sah ich dass der Offizier seinen Revolver aus dem Futteral zog und diesen fur meinen Antlitz hielt. Hierauf sagte einer der Soldaten, wir sollten uns enfernen.
As wir uber die Zakkedragersbrucke gefahren hatten, wurde geschossen. Hiernach ist noch vier mal geschossen.
Wenigen Minuten spater wurden wir angesprochen von der deutschen Polizei uas Den Haag; wir haben alles mitgeteillt, und sie fragten uns Obengeanntes ans Hauptpolizeiamt mitzuteilen. Gleichzeitig fragten sie uns, bei Tageslicht etwaige Revolverhulsen suchen zu lassen.
Dordrecht, den 6 Oktober 1940.
G. Spaaij, B.H.J.H. van der Elst.

#
BRIEF 804.
Arie Raams, 38 jr
Jacobus Leeuwenstein, 40 jr, chauffeur
Philippus Johannes Grootenboer, geb. 19-5-1916 Dordrecht
Adam van der Laars, bootsman, geb. 20-6-1906

#
BRIEF 805.
BERICHT.
Nachdem heute nachmittag ungefahr 2.45 Uhr am Hauptpolizeiamt in Dordrecht bekannt gemacht wurde, dass man jemand uberfahren hatte in der Hahe der Johan de Wittbrug in Dordrecht, habe ich, Unterzeuchnete W. DEN OUDEN, Schutzmann in Dordrecht, mit Auftrag dafur, eine Untersuchung angestellt wobei sich Folgendes zeigte:
dass man gemand uberfahren hate auf den Kreuzungspunkt Johan de Wittbrug-Vest allhier, zwischen einen vierradrigen Luxuswagen der Deutschen Wehrmacht, kennzeichnet I.C. 107460, W.H. und eine Radfahrerin, genannt CHRISTINA DRINVER, unverhehratet, geboren in haaften den 29 April 1896, wohnhaft in Dordrecht Hooftstraat 61.
Der Wagenfahrer gab mir als seine Adresse Feldpostnummer 19873 und dagte mir aus, er hatte als Fahrer mit den Wagen uber die Johan de wittstraat gefahren, von Richtung Bagijnhof kommende und er wollte links ab die Vest auffahren. In diesem Augenblick, dass er die Vest auffahren wollte, fuhr eine Radfahrerin gegen den Rechtenhintenkotblech sines Wagens; hierdurch fiel sie.
Die Radfahrerin dagte mir, Berichterstatter, aus, die fuhr mit ihrem Rad uber die Johan de Wittbrug in Dordrecht, aus der Richtung des Bahnhoffs kommende und in die Richtung Bagijnhof gehende. Auf den obengenannten Kreuzungspunkt angekommen, sah die aus der anderen Seite einen Wagen naher kommen, welcher, ohne dass der Fahrer die Richtung angab, links ab auf die Vest auffhr vor ohrem Rad. Sie hatte nicht Anderes erwartet, der Wagen sollte gerade aus in die Richting Johan de Wittbrug fahren, und sie konnte weshalb nicht mehr vorkommen, dass sie durch den Wagen uberfahren wurde; sie fuhr gegen den Wagen; hierdurch fiel sie. Fordergabel, Forderreifen, Forderkotblech und Dynamo ihres Rads wurden zerstort; sie erleidet durch Dieses einen Schaden von Hfl. 5,75, indem sie klagte uber Schmerze im Hinterkopfe und Lenden.
In Zusammenhang hiermit, verhorte ich, Berichterstatter, noch: KLAAS DEKKER, 33 Jahre alt, Monteur, wohnhaft in Dordrecht J.J.L. ten Katestraat 9, der mir aussagte ......................
Adrianus Matthijs de Vogel, Kontorist, 43 Jahre alt, wonhhaft in Dordrecht Johannes Bosboomstraat 12...................Dordrecht  oktober 1940.

#
BRIEF 807.
BERICHT.
Nachdem am Mittwoch den 2 Oktober 1940, Herr Sterrenburg am Hauptpolizeiamt in Dordrecht, geklagt hatte, dass ein der in Kalkhaven liegenden Schiffe der deutschen Wehrmacht, geschossen hatte, habe ich, unterzeichnete J. VAN ZWEEDEN, eine Untersuchung angestellt. NICOLAAS THEODOOR HERMAN PHILIPPUS STERRENBURG, Inspekter der Lebensversicherungsgesellschaft De Nederlanden van 1845, 45 Jahre alt, wohnhaft in Dordrecht, Achterhakkers 11, sagte mir aus er hatte am Mittwoch den 2 Oktober 1940, nachmittage ungefahr 7.15 Uhr gesehen und gehort dass man auf einem Schiff, er zeigte es an, geschossen hatte. Vermutlich schoss ein Deutscher Militar mit einem Revolver von diesem Schiff zu einem auf dem Wasser schwimmenden Gegenstand. Die Schiessrichtung war seine Wohnung, weshald er furchtete, dass seine Wohnung getroffen wurde.
ferner verhorte ich CHRISTIAAN ADRIAAN JISKOOT, Heizer, 25 Jahre alt, wohnhaft in Dordrecht, Slikveld 20, und IZAK VAN AS, Erdarbeiter, 47 Jahre alte wohnhaft in Dordrecht, Vest 10a, die beide aussagten, dass sie auf obengenannten Datum und Moment auf den Binnen Kalkhaven in Dordrecht befanden. In diesem Augenblick hatten sie gesehen, dass ein Deutsche Militar 4 bis 5 Mai mit einem Revolver schoss, stehende aug einem Schiff der Deutschen Wehrmacht, leigens in den Binnen Kalkhaven. Das Schiff zeigten sie mir an. Sie vermutsten, dass man zu Mowen geschossen hatte. Die Schissrichtung war dir Richtung Achterhakkers. Der Kommandant dieses Schiffes, auf diese baken der Namen WESTERLEY stand, teilte mir mit, dass man nicht geschossen hatten. Dordrecht den 2 Oktober 1940. Der Schutzman J. van Zweeden.

#
BRIEF 810.
RAPPORT.
Op dinsdag 1 October 1940 des namiddags te omstreeks 2.15 uur terwijl ik ondergeteekende HENDRIK JAN WIJERS, agent majoor van politie te Dordrecht, mij aan den politie post aan den Diepenbrockweg bevond, werd per telephoon kennis gegeven dat een aanrijding had plaats gehad aan den Kilkade nabij de brug komende vanaf den Zeehavenlaan te Dordrecht.
Terstond ben ik derwaarts gegaan en zag aldaar op het rechter trottoir een vrouw liggen die ernstig verwond was aan haar aangezicht, tevens stond aldaar een Duitsche militairen vrachtmotorrijtuig gekenmerkt als hier onder het rapport aangegeven.
Door de inmiddels verschenen directeur der G.G.G.D is bedoelde vrouw onderzocht en bleek dat zij ernstig aan haar aangezicht was verwond en vermoedelijk het linker bovenbeen had gebroken, waarna zij met de gemeentelijken ziekenauto naar het gemeente Ziekenhuis is overgebracht.
Terplaatse hoorde ik de eenige getuige genaamd Mej. C.C.M. HOFTEN, oud 19 jaar, wonende te Dordrecht aan de Voorstraat No. 289 die verklaarde: Heden namiddag te omstreeks 2 uur reed ik met Sophia Johanna Groenenstijn, oud 28 jaar, alhier over deze brug komende vanaf den Zeehavenlaan en gaande in de richting naar den Moerdijk. Ik zag links van mij een Duitsch Militairen auto naderen, deze reed met groote snelheid. Ik reed voor Mej. Groenenstijn en reed voor die auto heen doch ik waarschuwde haar om even te wachten maar zij reed door met het gevolg dat zij door die auto werd aangereden.
Vervolgens hoorde ik op Woensdag 2 October 1940, in het Gemeente Ziekenhuis Sophia Johanna GROENENSTIJN, leeraarrest, geboren te 's-Gravenhage 14 Augustus 1912, wonende te Dordrecht Adriaan van Bleijenburgstraat 19, die verklaarde: Op Dinsdag 1 October 1940, des namiddags te omstreeks 2 uur reed ik per rijwiel over den brug nabij den Kilkade komende van af den Zeehavenlaan en gaande in de richting naar den Moerdijk te Dordrecht. Mej. HOFTEN reed voor mij. Ik zag links van mij met groote snelheid op een flinken afstand een Duitsche Militairen auto naderen, of Mej. Hoften mij heeft gewaarschuwd om voor die auto te wachten, weet ik niet, doch zij reed noch voor die auto heen. Door dat ik de afstand tusschen die auto en mij vermoedelijk te lang heb geschat en ik er nog voorheen wilde rijden werd ik op het midden van den Kilkade door die auto aangereden, wat er verder gebeurd is weer ik niet omreden ik een oogenblik buiten kennis ben geweest.
De bestuurder van bedoelde Duitsche auto is genaamd FRANS MAGCHOFEN, veldpost 24083 gelegerd aan den Moerdijk.
Dr. J.F. HAGEN, geneesheer van het gemeente Ziekenhuis te verklaarde dat Mej. S.J. Groenenstijn haar linkerbovenbeen had gebroken en ernstig verwond is aan haar aangezicht, hetgeen circa 12 weken zal duren alvorens zij geheel hersteld zal zijn.
Door M. DUIMEL, rijwielhandelaar is de schade aan het rijwiel geschat op f 39,50. De situatie ter plaatse van de aanrijding is opgenomen door twee Duitsche Militairen van de Veldpost Moerdijk.
Dordrecht 3 October 1930.

#
BRIEF 815.
A815 (24 juni 1940) Onder terugzending van het schryven van Mevrouw G.M. REIDEL-van der Burg, wonende alhier Spuiweg 45, my in handen gesteld by Uwe apostille dd. 18 dezer, 5e afd. B.V. No. 68/9, heb ik de eer UEdelAchtbare hiernevens te doen toekomen een politie-rapport omtrent de omstandigheden, waaronder de heer Reidel is gewond. Aangezien de heer Sommer, in het rapport genoemd, by myn administratie als betrouwbaar bekend staat en aan zyn verklaring niet behoeft te worden getwyfeld, moge ik U in overweging geven de gevraagde verklaring, dat de heer D.F. REIDEL noch als militair noch in een andere hoedanigheid zelf aan den oorlog heeft deel genomen, aan adressante te doen afgeven. De Commissaris van Politie.

RAPPORT.
Naar aanleiding van nevenagand verzoek heb ik, ingevolge bekomen opdracht, een onderzoek ingesteld en gehoord:
Johannes Henrich Francois SOMMER, leeraar, oud 35 jaar, wonende te Dordrecht Spuiweg 45a, die mij verklaarde:
Op Maandag 13 mei 1940, des namiddags te omstreeks 3,30 uur, bevond ik mij voor of bij mijn woning op den Spuiweg. Op dat moment waren verschillende bewoners van den Spuiweg op de straat bezig met het opruimen van glasscherven, welke waren veroorzaakt door het schieten vanuit een tankwagen, welke ongeveer een half uur daarvoor door de straat was gekomen. Hierdoor was in de omgeving van mijn woning ook een motor met zijspan in brand geraakt en trachtte eenige personen dezen brand te blusschen. Terwijl die personen daar bezig waren met het blusschings- en opruiminsgwerk, viel er plotseling een granaat in de nabijheid van mijn woning en zag ik, dat daardoor verschillende personen werden getroffen. Ook de Heer Reidel, gewoond hebbende aan den Spuiweg 45rood te Dordrecht, stond op dat moment nabij zijn woning op de straat en werd door de granaat getroffen.
Gedurende die spannende dagen is genoemde Heer Reidel als burger steeds thuis geweest en kan ik met zekerheid zeggen, dat hij niet als militair dan wel in een andere hoedanigheid aan den oorlog heeft deelgenomen.
De Heer Reidel bevond zich op dat moment op de straat, evenals ik en de andere burgers, voor eventueel opruimingswerk en hulp aan de burgers. Ook het blusschen van bedoelde motor geschiedde om een grooteren brand te voorkomen. Door diezelfde granaat werd ook het zoontje van genoemden Heer Reidel doodelijk getroffen, terwijl daarbij nog 6 andere personen ernstig en licht werden gewond.
Dordrecht, 21 Juni 1940.

NB. Dick Reidel, 14, 14-5-1940 Dordrecht [http://www.museum19401945.nl/dordtse-slachtoffers-verlieslijst]

#
BRIEF 821.
Johannes Gerardus Dominicus Vaanholt, * Lonneker 26-10-1912;
Gerrit Plaiser, * Hendrik-Ido-Ambacht 27-5-1913;
Jan Moes, * Assen 16-12-1913;

#
BRIEF 840.
Alfred Tomola, geb. Puskusdorf;

#
BRIEF 865.
Johannes Hubertus DAUPHIN, geb. Maastricht 26-8-1902;

#
BRIEF 875.
* (23 October 1940)
AAN den Oberleutnant Rinteler te Bergen op Zoom (Feldpostnummer 06881)
EdelGestrenge hierbij te doen toekomen het door U gevraagde rapport betreffende het redden van den 4-jarigen Johannes Vos uit de Nieuwehaven te Dordrecht door een soldaat van Uw onderdeel op Maandag 29 Juli 1940 met daarbijgevoegd; een verklaring van den behandelenden geneesheer, een verklaring van de administratie van het R.K. Ziekenhuis alhier, twee situatiefoto's en een reproductie van een situatietekening.
De Commissaris van Politie.

* (23 October 1940)
AAN de Heer Burgemeester van DORDRECHT

EdelAchtbare hierbij te doen toekomen een rapport betreffende het redden van den 4-jarigen Johannes Vos uit de Nieuwehaven door een soldaar van de Duitsche Weermacht op Maandag 29 Juli 1940 met daarbij twee situatiefoto's  en een reproductie van een situatie-tekening. De Commissaris van Politie.

* RAPPORT. Op Maandag 29 Juli 1940 rapporteerde de agent van politie Th. de BRUIJN, dat te 7,45 uur n.m. van dien dag de 4-jarige JOHANNES VOS, wonende Hooge Nieuwstraat 97 te Dordrecht in de Nieuwehaven alhier nabij de Lange IJzerenbrug bij het spelen te water geraakte. Een passeerende Dutische soldaat had zich langs een in de kademuur aangebrachte trap te water begeven en den jongen op het droge gebracht. Deze jongen had een wonde aan het hoofd bekomen, waarom hij door omstanders naar het R.K. Ziekenhuis aan de Houttuinen alhier werd overgebracht om verder behandeld te worden.
Naar aanleiding van bovenstaande is door mij ondergeteekende LEONARD PIETER HENDRIK DE JONG, Inspecteur van Politie te Dordrecht een onderzoek ingesteld en is door mij gehoord:
JOHANNA CORNELIA VAN BRUIJNEZWAARD, echtgenoote van Dr. J.A.A. STRUCKER, oud 62 jaar, wonende te Dordrecht Nieuwe Haven 25, die mij desgevraagd verklaarde:
Op Maandag 29 Juli 1940, des namiddags te omstreeks 7.45 uur, bevond ik mij in de woonkamer van mijn woning, welke utiziet op de Nieuwehaven. Ik hoorde op straat voor mijn wooning roepen, dat een kind in het water was gevallen. Ik begaf mij naar het raam en zag dat een Duitsche soldaat zijn koppel afdeed en zijn jas uittrok, waarna hij zich langs de trap in de kademuur te water begaf en naar den jongen toe zwom. De jongen lag op een afstand van ongeveer 4 meter van de wal en verkeerde in levensgevaar.
De soldaat bracht hem op het vlot, vanwaar hij door burgers is overgenomen en naar het R.K. Ziekenhuis is overgebracht, omdat hij een wonde aan het hoofd had bekomen waaruit hij hevig bloedde. Het was dien dag mooi weer en het water van de haven was vlak. Of er eb of vloed stond in de haven weet ik niet. Meer kan ik U niet verklaren
.
Vervolgens hoorde ik de vader van Johannes Vos, genaamd Willem Vos, oud 40 jaar, wonende te Dordrecht, Hooge Nieuwstraat 97, die mij verklaarde:
Mijn zoontje Johannes is op Maandag 29 Juli 1940 des avonds te omstreeks 7.45 uur in de Nieuwehaven gevallen en zooals ik heb horen vertellen daaruit gered door een Duitsche soldaat. Wie die soldaat is weet ik niet. Ik zou hem wel kunen herkennen, want hij is den volgenden dag bij mij aan huis geweest om te informeeren naar de toestand van mijn zoontje. Hoe het ongeval zich heeft afgespeeld weet ik niet. Mijn zoontje heeft mij verteld, dat hij in de Nieuwehaven was gevallen, doch hij kon mij geen nadere bijzonderheden mededeelen. Ik heb ook geen personen kunnen vinden, die getuige van het ongeval waren. Meer kan ik U niet verklaren.
Bij een door mij rapporteur ingesteld onderzoek is het volgende gebleken:
I. De plaats, waar de jongen in het water heeft gelegen, is mij op Zaterdag 19 October 1940 door den betrokken soldaat aangewezen. Een naar aanleiding daarvan verrichte meting wees uit, dat deze plaats zich bevond in het gedeelte van de Nieuwehaven tusschen Engelburgerbrug en lange Ijzerenbrug op een afstand van 12 meter van laatstgenoemde brug en een afstand van ongeveer 4 meter uit de wal. Deze plaats is door mij op de bijgaande palttegrond aangegeven met een +, terwijl op de situatiefoto's op die plaats een stok in het water is gestoken welke ik daarop met inkt duidelijker zichtbaar maakte en met een pijl aanwees. De diepte van het water op deze plaats bedroeg op Maandag 21 October 1940 des voormiddags te 10.30 uur 2.80 meter. Blijkens aanwijzing van de peilschaal van de Rijkswaterstaat aan de Boombrug te Dordrecht was de waterstand te 10,30 uur van dien dag 85 cm + N.A.P., xoadt de waterdiepte ter palatste ten opzcihte van dit N.A.P. bedroeg 2.80 - 0,85 - 1,95 m.
Volgens aanwijzing van voornoemden peilschaal was de stand van het water op Maandag 29 Juli 1940 des namiddags te 7.45 uur de laagste stand van dien dag en wel 29 cm - N.A.P., zoodat de waterdiepte ter plaatse op het tijdstip van de redding 1.95 - 0.28 - 1.67 meter bedroeg.
II. Door mij zijn ter plaatse peilingen verricht op Maandag 21 october 1940
......etc
Dordrecht 22 October 1940. De Inspecteur van Politie.

#
BRIEF 876.
* AAN den Heer Directeur van het Rijksopvoedingsgesticht voor jongens te Amersfoort
L.a A no. 876 Bijlagen: 1
Dordrecht, 1 Juli 1940.
Onder terugzending der bijlage van Uw schrijven van 27 Juni j.l., nr. 964, heb ik de eer U het volgens mede te deelen:
Adressant VAES heeft nader te kennen gegeven, dat zijn zoon JOHAN op Dinsdag 18 Juni 1940 uit den militairen dienst ontslagen en thuis gekomen is. Hij heeft toen eenige dagen gewerkt in de kistenmakerij van PAUL aan de Varkenmarkt; op 24 Juni 1940 is hij bij zijn patroon weggeloopen en is zonder voorkennis van zijn vader naar Roosendal gegaan, alwaar hij omgang zou hebben met een dochter van JACOBS, wonende aan de Kalsdonkschestraat 82 aldaar. Omdat de familie Jacobs geen goed milieur voor JOHAN VAES zou zijn, heeft adressant zich tot U gewend.
Op Zaterdag 30 Juni j.l. is de Gemeente-Politie te Roosendaal mijnerzijde telefonisch hiermede in kennisg esteld, die te kennen gaf, dat de familie Jacobs inderdaad niet bepeeld gunstig bekend staat, doordat zij gaarne 'uitgaat' en als niet-eerlijk moet worden gekwalificeerd. in verband daarmede is haar verzocht Johan Vaes aan te zeggen onmiddelijk naar Uwe inrichting terug te keeren. De C.v.P.

* RAPPORT.
In verband met nevensgaand schrijven, heb ik ondergeteeknde gesproken met WILLEM VAES, stoker, oud 63 jaar, wonende te Dordrecht Hellingen No. 111, die te kennen gaf, dat zijn zoon Jan Vaes op Dinsdag 18 Juni 1940, uit den Militairen dienst ontslagen is en dien dag is thuisgekomen.
De vrouw van Vaes had intuschen werk voor dien jongen gezocht bij Pauls, kistenmakerij aan de Varkenmarkt te Dordrecht, alwaar hij eenige dagen heeft gewerkt.
Op Maandag 24 Juni 1940, in den namiddag is Jan bij zijn patroon weggeloopen en zonder dat zijn vader zulks wist naar Roozendaal gegaan.
Nu is het de bedoeling van de vader van Vaes, te Roozendaal toezicht op hem te doen utioefenen door Politie of Reclasseering teneinde te voorkomen dat hij zich opnieuw aan diefstal of iets dergelijks zal schuldig maken.
Het adres van het meisje waarmede hij vermoedelijk omgang heeft en waar hij waarschijnlijk verblijft is JACOBS, wonende te Roozendaal aan de Kalsdonkschestraat No. 82.
Voor zoover mij, rapporteur bekend is, is VAES sluw en listig en kwam meermalen met de Justitie in aanraking.
Dordrecht, 20 Juni 1940. C. VAN SPIJK.

* (afschrift brief VAES)
GEACHTE DIRECTEUR,
Ik ondergeteekende, roept Uw hulp in. Mijn zoon Johan die zekeren tijd bij U in het gesticht heeft doorgebracht en daar al niet naar den zin oppaste, is zoo U weet in dienst gegaan, daar het hetzelfde was. Hij lag in Roozendaal en had daar al gauw een meisje, oud 16 jaar.
Het gezin bestaat uit circa 16 personen, dat geeft nu wel niet, maar het is een huishouden nog minder dan het minste zigeunerssoepje. De man, steuntrekker, eerste klas dronkaard. De vrouw een belzin, moet met klein en groot, de schooi op om de zaakjes een beetje op te houden. Schooien stelen en zuipen is daar de leus, dus JOHAN is daar naar zijn zin zoo het schijnt aangeland.
Dat blijkt uit zijn doen en laten, als hij uit Roozendaal met verlof kwam, had hij geen rust thuis en was niet te vertrouwen, dus werd dit in het oog gehouden door ons en dat beviel hem nieet erg best.
Hij was maar liever in Roozendaal en ging dan met de centjes, die wij onder elkaar aan hem gaven met dat vuil den zuip op. Wij zijn daar achter gekomen, daar die Familie ons eens kwam bezoeken. Haar man was bij dat bezoek zoo ver, dat hij bij ons te bed moest gaan liggen, dus U begrijpt wel, wat dat wil zeggen.
Dat prachtmeisje is twee weken bij ons geweest en heeft daar met tegenzin een week gewerkt, waarvan zij de helft op straat doorbracht, zonder dat wij dat wisten, en dat voor haar in een vreemde stad met alleman zich ophouden.
Nu is JOHAN vorigen week Dinsdag thuis gekomen, daar wij werk voor hem gevonden hadden, maar nu is gebleken, dat dit niet naar zijn zin is, want hij is Maandagavond terwijl ik, vader, niet thuis was naar Roozendaal gevlucht, naar die ophoudster.
U begrijpt wel, daar komt niets van terecht, stelen roven, om te zuipen. Hier kon hij die paar dagen zijn vingers nog niet thuis houden en zijn dorst bedwingen. Wees U zoo goed om hem in Roozendaal door Politie of Reclasseering gade te laten slaan. Liefst had ik dat u Hem gelijk maar naar het gesticht terughaalde en hem onder strenge handen zette. Voor het weer te laat is. In afwachting. Uw antwoordt. W. VAES.

* RIJKSOPVOEDINGSGESTICHT VOOR JONGENS
Amersfoort, 27 Juni 1940.
WelEdelGestrenge Heer,
Hierbij doe ik U toekomen een brief van den Heer W. Vaes betrefefnde zijn zoon JOHAN VAES, geboren 18 Juli 1920, die ter beschikking van de Regeering gesteld is en thans blijkbaar werkloos rondloopt, ofschoon hij naar zijn militair onderdeel had behooren terug te keeren toen hij zonder werk kwam.
Vriendelijk verzoek ik U te willen doen onderzoek of de mededeelingen van den vader volledig geloof verdienen en zoo ja, waar het adres van bedoelde menschen in Roozendaal is. Mocht inderdaad de zaak zoo ernstig zijn als de vader schrijft, dan lijkt mij terugkeer in dit gesticht te verkeizen boven terugkeer in miltiairen dienst, waarom ik U vriendelijk verzoek, ter wille van een snelle afwikkeling Uw ambtgenoot in Roozendaal telefonisch met het geval in kennis te stellen en den jongen op te dragen onmiddelijk naar dit gesticht terig te keeren. Mocht hij dat niet vrijwillig doen, dat zal intrekking van het voorwaardelijk ontslag worden verzocht en teruggeleiding aan den Officier van Justitie te Utrecht wroden gevraagd. De Directeur, H.L.A. WEUSTEN.

* (Dordrecht, 2 Juli 1940) Ten vervolge op mijn schrijven dd 1 dezer La A no. 875, heb ik de eer U te berichten, dat de daarin genoemde JOHAN VAES zich gisteren aan mijn bureau vervoegde, te kennen gevende aan de hem gegeven lastgeving om naar Uwe inrichting terug te keeren, wel te willen voldoen, doch daartoe niet in staat te zijn bij gebrek aan reisgeld. Ook de vader is niet bij machte tot betaling daarvan; deze heeft toegezegd, zich schriftelijk met U in verbinding te zullen stellen. De C.v.P.

#
BRIEF 877.
* RAPPORT.
In den voormiddag van Dinsdag 14 Mei 1940, zijn door ondergeteekende Leendert Nicolaas van der HAGEN, van den Heer Mr. L.C.H. van Beeck Calkoen, wonende aan de Wolwevershaven 15 te Dordrecht aan het Hoofd-Bureau van Politie te Dordrecht overgenomen eenige vuurwapenen in met slot gesloten foudralen (naar ik meen waren dit drie jachtgeweren), benevens een groote partij jachtpatronen, welke in kisten waren verpakt. Deze vuurwapenen zijn door mij gewaarmerkt en gedeponeert op de zoogenaamde donkere kamer.
  Dordrecht, 26 Juni 1940.
  De agent van politie 1e klasse L.N. v.d. Hagen.

* 1 Juli 1940.
I. Onder terugzending van het schrijven van den Heer Mr. L.C.H. van Beeck Calkoen, wonende alhier aan de Wolwevershaven 15, mij in handen gesteld bij Uwe apostille dd. 28 Juni j.l. No. 1934 en dd. 29 Juni j.l. No. 1978, heb ik de eer UEdelAchtbare het volgende mede te deelen:
Door den Heer Mr. Van Beeck Calkoen, zijn op Dinsdag 14 Mei j.l. met meer anderen, ten politiebureele ingeleverd enkele afgesloten foudraals, inhoudende eenige jachtgeweren, benevens een vrij groote hoeveelheid jachtpatronen, zulks ingevolge de openbare bekendmaking betreffende de inlevering van vuurwapenen en munitie door den Burgemeester bij aanplakking gedaan op 10 Mei j.l., alsmede naar aanleiding van de door aanplakking bekend gemaakte verordening, waarin o.m. ook de inlevering daarvan werd bevolen, door de hier optredende 'Kammondantur'.
Bedoelde vuurwapenen en munitie zijn door den Agent van Politie 1e klasse L.N. van der Hagen in ontvangst genomen, vorozien van een label, vermeldende den naam van den eigenaar en bij andere vuurwapenen en munitie in een afzonderlij vertrek aan mijn bureau geborgen.
Op bevel van de Kommandantur moesten aanvankelijk alle vuurwapenen en munitie, dus ook jachtwapenen, worden uitgeleverd en werden deze, voor zoover reeds aan mijn bureau door de ingezetenen ingeleverd, overgebracht naar het cafe-restaurant Americain, waarin toen de Kommandantur gevestigd was.
Ongeveer drie weken later werden verschillende jachtgeweren en buksen, vanwege de Kommandantur aan mijn bureau terugbezorgd, terwijl ca 14 dagen geleden meerdere jachtgeweren en anderen vuurwapenen, uitgezonderd revolvers en pistolen, aan het arsenaal in de Cornelis de Wittstraat, door de Politie konden worden teruggekomen. Deze vuurwapenen waren door Nederlandsche militairen, ingevolge opdracht van de Duitsche militaire bezetting, overgenomen en afkomstig uit een schip, waarin deze wapenen reeds waren geborgen.
De terugontvangen wapenen waren alle onverpakt en blijkbaar ontdaan van de daaraan bevestigd geweest zijnde labels, vermeldende de namen van de eigenaars. Meerdere geweren waren thans beschadigd, terwijl van enkele een onderdeel ontbrak. Al deze terugontvangen vuurwapenen zijn den Heer Mr. Van Beeck Calkoen aan mijn bureau vertoond, doch heeft hij daarbij zijn eigendom niet teruggevonden.
Ingleverde en door de Duitsche militairen ingenomen munitie, is niet terugontvangen, zoodat ook de jachtmunitie van adressant niet meer aanwezig is.
In verband met het vorenstaande moge ik U voorstellen het zoekgeraken van de geweren en munitie van adressant ter kennis te brengen van de Dutische militaire overheid en U het volgend ontwerp-antwoord aanbieden: "Naar aanleiding van Uw schrijven dd. 27 Juni j.l. deel ik U mede, dat, blijkens verkregen inlichting van den Commissaris van poliie alhier, op Dinsdag 14 Mei j.l., de door U ingeleverde foudraals met jachtgeweren en munitie zijn in ontvangst genomen door een der Agenten van Politie en nadat een en ander van een label, vermeldende Uw naam was voorzien, bij andere ingeleverde vuurwapenen en munitie geborgen in een afzonderlijk vertrek van het politiebureau. Op bevel van de Kommdantur moesten aanvankelijk ALLE vuurwapnen en munite, dus ook jachtwapenen, worden uitgeleverd en werden deze, voor zoover reeds aan het politiebureau door ingezetenen ingeleverd, overgebracht naar het cafe-restaurant Americain aan de Groenmarkt alhier, waarin destijds de Kommandantur gevestigd was. Later zijn verschillende jachtgeweren en buksen vanwege de Kommandur door de Politie terugontvangen, waaronder zich blijkbaar Uw eigendom niet heeft bevonden.
In verband met het vorenstaande zal het zoekgeraken van Uwe geweren en munitie ter kennis worden gebracht van de Duitsche Militair overheid."
De Commissaris van Politie.

* 8 Juli 1940.
Onder terugzending van het schrijven van den Heer Mr. L.C.H. van Beeck Calkoen, wonende aan de Wolwevershaven 15 alhier, mij in handen gesteld bij Uwe aporille dd. 4 dezer, No. 1995, heb ik de eer UEdelAchtbare mede te deelen, dat de Heer mr. Van Beeck Calkoen, op verzoek mijnerzijds, op Zaterdag 6 Juli j.l. met een der rechercheurs, zich naar het Stadion te Rotterdam begeven heeft, doch aldaar vernam, dat geen jachtgeweren en munitie in het Stadion in bewaring waren. Voor zoover in het Stadion vuurwapenen en munitie aanwezig waren geweest, bestaat de mogelijkheid, dat deze naar Delft zijn overgebracht. Adressant zal zich in verband hiermede wenden tot het Duitsche Militaire Commando in Delft.
     De Commissaris van Politie.

*No. 2299 GEMEENTE DORDRECHT
AAN den Heer Mr. L.C.H. van Beeck Calkoen, Wolwevershaven 15
Onderwerp: onderzoek.
 Dordrecht, 11 Juli1940.
Naar aanleiding van bovenaangehaald schrijven deel ik U mede, dat, blijkens verkregen inlichting van den Commissaris van Politie alhier, op Dinsdag 14 Mei j.l., de door U ingeleverde foudraals met jachtgeweren en munitie zijn in ontvangst genomen door een der Agenten van politie en nadat een en ander van een label, vermeldende Uw naam was voorzien, bij andere ingeleverde vuurwapenen en munitie zijn opgeborgen in aan afzonderlijk vertrekt van het politiebureau.
Op bevel van den Ortskommandant moesten aanvankelijk alle vuurwapenen en munitie, dus ook jachtwapenen, worden uitgeleverd en werden deze, voor zoover reeds aan het politiebureau door ingezetenen ingeleverd, overgebracht naar het cafe-restaurant AMERICAIN aan de Groenmarkt alhier, waarin destijds de Kommandantur gevestigd was. Later zijn verschillende jachtgeweren en buksen vanwege den Ortskommandant door de Politie terugontvangen, waaronder zich blijkbaar Uw eigendom niet heeft bevonden. Van de mededeeling, dat U zich zult wenden tot het Duitsche Militaire Commando te Delft heb ik kennisgenomen.
De Burgemeester van Dordrecht (get.) Bleeker.

* 18 Juli 1940
Onder terugzending van het schrijven van den Heer Mr. Van Beeck Calkoen dd. 15 Juli 1940, mij geworden bij Uw schrijven dd. 17 Juli 1940, No. 2231, heb ik de eer UEdelAchtbare te berichten:
Ik moge UEdelAchtbare in de eerste plaats verwijzen naar mijn aan U gericht schrijven dd. 1 Juli 1940, La A No. 877.
Onmiddellijk na de bezetting van Dordrecht werd mij namens den Ortskommandant door een Duitsch Officier gelast alle in de aanwezige vuurwapenen met munitie op te slaan aan het Hoofdbureau van Politie. Den volgenden morgen werd mij deze lastgeving dringend herhaald en werd mij medegedeeld, dat die vuurwapenen zouden worden afgehaald.
Daarna verscheen er een onder-Offiicer met eenige manschappen aan mijn bureau en werd ik uitgenoodigd hen alle in het bureau aanwezige vuurwapenen te laten zien. Ik heb hieraan voldaan en zeide hij, dat hij al deze vuurwapenen en het geen er bij behoorde moest brengen naar het restaurant AMERICAIN alwaar in die dagen het bureau van den ORTSKOMMANDANT was gevestigd. Op mijn vraag of de jachtgeweren daaronder ook begrepen waren, antwoordde hij mij, dat hij ALLE vuurwapenen moest hebben.
In de eerste twee dagen heb ik deze wapenen enz met handwagen naar AMERICAIN zien brengen. Het aantal wapens, vooral militaire wapens, werd zoo overstelpend groot, dat men darna gedurende ca 8 dagen met een vrachtauto de wapens heeft weggehaald en nadat in AMERICAIN te weinig ruimte bleek, deze heft overgebracht naar het Park MERWESTEIN, waar nog een gedeelte van de trein van de lichte brigade stond De drukte aan het Hofdbureau van Politie, was in die dagen schrifbarend groot.
Er kwamen niet alleen menschen om allerlei soorrt vuurwapenen in te leveren, maar bovendien meldden zich in grooten getale krijgsgevangenen al dan niet in burgerkleeding - vreemdelingen - inwoners die naar zoekgeraakte familieleden kwamen informeeren, uit huis gevluchte inwoners die ingelicht wenschten te worden wat er met hen gebeuren moest. Doorloopend werd assistentie verzocht voor vordering van voertuigen door Duitsche militairen.
Kortom het geheele gebouw met trappen inbegrepen, was bezet met zenuwachtige vragende menschen. Het is dus wel te begrijpen, dat niet voor iederen bezoeker veel tijd genomen kon worden en dat niet voor iederen brenger van vuurwapenen kon worden opgestaan. In twee dagen tidj waren alle vertrekken bezet met goederen van allerlei aard.
Er bestaat voor mij, gezien de omstandigheden, geen enkele aanleiding om iemand van het personeel te berichten van een minder correcte handeling. De inhoud van bijgaanden brief komt mij dan ook zeer ongepast voor. Hierbij gaan nog een rapport van den Hoofd-Inspecteur G. KEUNING en den Agent van Politie L.N. van der HAGEN.
De Commissaris van Politie.

* No. 2509 GEMEENTE DORDRECHT
AAN den Heer Mr. L.C.H. van Beeck Calkoen, Wolwevershaven 15
Onderwerp: vermiste jachtwapenen.
 Dordrecht, 24 Juli1940.
Hierbij deel ik U mede, dat ik Uw opgaaf van vermiste jachtwapenen en munitie zal doorgeven aan de schade-enquetecommissie alhier. Aan mijn brief van 11 Juli j.l. nr. 2299, heb ik verder niets meer heb toe te voegen.
     De Burgemeester van Dordrecht (get.) Bleeker.

* AAN heer Burgemeester van DORDRECHT
27 Augustus 1940.
A877.
I. Onder terugzending van het schrijven van den Heer Mr. L.C.H. van Beeck Calkoen, wonende alhier aan de Wolwevershaven 15, mij in handen gesteld bij Uwe apostille dd. 26 Augustus j.l., No. 2705, heb ik de eer UEdelAchtbare mede te deelen, dat ik mij refereer aan mijn aan U gericht schrijven dd. 1, 8 en 18 Juli j.l., La. A. No. 877 en Uw aan adressant gerichten brief dd. 1 Juli j.l. No. 2290, waaraan ik overigens niets meer heb toe te voegen. Ik teeken heirbij nog aan:
Ingevolge de circulaire van Zijne Excellentie den Minister van Staat, Commissaris van de provincie Zuid-Holland dd. 22 Augsutus j.l. No. 1133 G, moeten op last van den bevelhebber der Ornungspolizei in het bezete Nederlandsche gebied, alle voorraden wapenen en munitie, welke zich nog onder mijne berusting bevinden van de voormalige Dordrechtsche Vrijwillige Burgerwacht en van de Burgerij in het tijdsbestek van 2 tot 6 September a.s. op het bureau van den Major der Schutzpolizei te 's-Gravenhage, Sophialaan No. 4, worden ingeleverd.
     De Commissaris van politie.

* GEMEENTE DORDRECHT
AAN den Heer Mr. L.C.H. van Beeck Calkoen, Wolwevershaven 15
Onderwerp: vermiste jachtgeweren en munitie.
 Dordrecht, 2 September 1940.
Naar aanleiding van Uw bovenaangehaald schrijven deel ik U mede, dat ik aan mijn brieven dd. 11 Juli 1940, nr. 2299 en 24 juli 1940, nr. 2509 niets meer heb toe te voegen. De Burgemeester van Dordrecht (get.) Bleeker.

* 2 Mei 1941
De Heer Dr. L.C.H. van Beeck Calkoen heeft de gemeente in rechten gedagvaard ter betaling van eene som f 1720,60, als schadeloosstellling voor het verlies, dat hij geleden heeft wegsn het te loor gaan van door hem op 14 Mei 1940 op het Hoofdbureau van politie alhier in bewaring gegeven jachtgeweren en jachtmunitie. Onder overlegging van het advies van den rechtskundige Mr. J. van Drooge, die ons te dezen aanzien heeft geadviseerd, stellen wij U voor tegen deze vordering verweer te voeren, waarvoor wij U een ontwerp-besluit ter vaststelling aanbieden. B. en W. van Dordrecht.
+
ONTWERP-BESLUIT....etc.

* RAPPORT.
Naar aanleiding van het schrijven van den Heer mr. van Beeck Calkoen, 15 Juli 1940, kan ondergeteekende, G. KEUNING, Hoofd-Inspecteur van Politie te Dordrecht, mededeelen, dat hij in den voormiddag van Dinsdag 15 Mei j.l., zich op een gegeven oogenblik bevond op de stoep voor het Hoofdbureau van politie, ten einde eenige personen, die zich daar bevonden, te worode te staan.
Aldaar kwam ook aangeloopen de Heer Mr. Van Beeck Calkoen met nog een persoon, die blijkbaar bij zich droegen jachtgeweren in foudraal en zich daarmede in het Politebureau begaven. Den Heer Mr. Van Beeck Calkoen jeb ik niet gesproken. Of hij een Duitsche Officier heeft aangesproken, heb ik in de drukte welke voor het bureau en daarbinnen heerschte, van af en aanloopende personen, niet opgemerkt.
Door ondergeteekende is in ieder geval niet tegen een Duitsch Officier te kennen gegeven, dat de jachtgeweren op het Politiebureau moesten worden gebracht.
De bewering daaromtrent in den brief van den Heer mr. Van Beeck Calkoen is een opzettelijke onwaarheid. Hoogstens heb ik den Heer Mr. Van Beeck Calkoen bij het Bureau gegroet. Dat getracht wordt te ontkomen aan het aan het Politebureau in bewaring genomen hebben van de jachtgeweren en munitie van den Heer Mr. Van Beeck Calkoen, zooals hij schrijft, is evenmin juist. Zulks blijkt ook uit bijgaande schriftelijke verklaring van den Agent van Politie 1e klasse L.N. van der Hagen (gedateerd 26 Juni 1940). Deze en andere Agenten van Politie zijn in de oorlogsdagen om beurten belast geweest met het in ontvangstnemen van vuurwapenen e.d., welke werden ingeleverd en over hun optreden tegenover het publiek kwam geen klacht in. Dat zij in verband met de overstelende drukte aan het Politiebureau, in verband met het groote aantal personen, dat op de gangen wachtte om achtereenvolgens door verschillende Inspecteurs te worden geholpen, den Heer Mr. Van Beeck Calkoen niet met bepaalde onderscheiding zullen hebben behandeld, doch overeenkomstig het overige publiek hebben te woord gestaan, houdt stellig geen onbeleefdheid of beroerd optreden in. In tegendeel iedere Politiebeambte beijverde zich het publiek zoo goed en vlug mogelijk van dienst te zijn.
Meer andere personen wier jachtwapenen niet meer aanwezig zijn hebben zich teleurgesteld  getoond en willen trachten daarvoor vergoeding te verkrijgen, doch deze blijken, na uiteenzetting van de situatie, en goed begrip te tonen en geen conclusies te trekken, gelijk aan die van Mr. Van Beeck Calkoen.
De in latere dagen vaan het Hoofdbureau van Politie door de ingezetenen ingeleverde jachtgeweren en munitie, zijn, in verband met de inmiddels verschenen en aangeplakte verordening van de Duitsche Weermacht, bevattende de benadeling, dat deze wapenen en munitie onde rberusting van den Burgemeester blijven, door ondergeteekende afgezonderd gehouden en naar den zolder van het Bureau gebracht.
Deze wapenen en munitie zijn daardoor in goeden staat bewaard gebleven.

#
BRIEF 889.
(26-8-1940) sollicitant Y. Visser, IJsbrand Visser, geb. Oldenboom 29-10-1914.

#
BRIEF 895.
(1-7-1940) Gradus Johannes Scholten, 12-7-1915 aangesteld, bevorderd 14-7-1919, 25-jarige jubileum;

#
BRIEF 896.
WEHRMACHTKOMMANDANTUR.
Dordrecht, am 17-10-1940 Bg.
An das Polizei-Commissariat Dordrecht.
An der Station und an der Johan-de-Wit-brug befinden sich Wegweiserschilder zur Orskommandantur. Die diensthabende Polizeibeamten sind von Ihnen anzuweisen, dass die an diesen Schildern befindlichen LAMPEN bei Beginn der Dunkelheit eind ind nach dem Hellwerden ausgeschaltet werden. Dei Schalter befinden sich bei den Schildern.
Ortskommandantur (get.) Brudelmann, Leutnant u. Adjudant.


#
BRIEF 897.
Roelof Petersen, geb. Dordrecht 5-4-1903;

#
BRIEF 898.
* Dordrecht, 5 Juli 1940.
Ik heb de eer IEdelAchtbare, naar aanleiding van het schrijven van Uwen veldwachter dd. 29 Juni jl., te berichten dat Theodorus Wilhelmus Johannes WANDERS, geboren 16 November 1908, wonende aan boord van het motorschip PENLAND - waladres Hooge Nieuwstraat No. 2 rood alhier - zich op 18 September 1937 in deze gemeente vestigde, komende van Millingen.
Gedurende zijn verblyf alhier, kwam hij, voor zoover bekend, niet met de Politie in aanraking; hy staat hier niet ongunstig bekend.
De C.v.P.

* RAPPORT.
Theodorus Wilhelmus Johannes WANDERS, wonende aan boord van het motorschip PENLAND p.a. Hooge Nieuwstraat No. 2rood, vestigde zich op 18 September 1937, komende van Millingen, te dezer stede.
Gedurende zijn verblijf alhier, kwam hij, voor zoover bekend, niet met de Politie in aanraking; hy staat hier niet ongunstig bekend.
Dordrecht, 3 Juli 1940.
A. BOGERS.

* GEMEENTE IJSSELMONDE
29 Juni 1940.
Namens den Heer Burgemeester van IJsselmonde wordt beleeft verzocht om eenige inlichtingen betreffende de persoon van Johannes WANDERS, oud ongeveer 32 jaar, domicilie hebbende te Dordrecht, van beroep matroos, thans verblijf houdende met zijn vrouw op het Rijnschop Eemland.
Deze persoon zou zich in IJsselmonde vermoedelijk schuldig gemaakt hebben aan diefstal van linnengoed van gevluchtte menschen uit Rotterdam, doch dit is op het oogenblik nog niet te bewijzen.
Nu had ik bij geruchte gehoord dat hij in Dordrecht ook eenige malen met de politie in aanraking was geweest. Bij voorbaat dankend.
De Veldwachter, C.G.........

#
BRIEF 903.
Petrus Jacobus van den Hout, Zwijndrecht 28-2-1911.

#
BRIEF 909.
Johannes Scheepmaker, agent-majoor / Arie Smits, geb. Dordrecht 19-4-1899, tuinder

#
BRIEF 928.
salrissen politie

#
BRIEF 935.
* PARKET VAN DEN OFFICIER VAN JUSTITIE TE DORDRECHT
18 Juni 1940.
De Officier van Justite bij de Arrondissements-Rechtbank te Dordrecht heeft de eer bijgaande klacht te stellen in handen van den Heer Commissaris van Politie te Dordrecht met beleefd verzoek om verhoor van klager.

*
N. TEEKENS, Grower and pickler of silverskin onions, cauliflower, gherkins, walnuts, fruit and vegetable merchant.
   NIEUWE HAVEN 15, Postbox 60, Dordrecht (Holland) 1 Juli 1940.

Aan den Heer Commissaris van politie Dordrecht
We.Ed. Heer,
Op Vrijdag 28 Juni j.l. werd ik door een Rechercheur gehoord naar aanleiding van een door my by den Officier van Justitie ingediende klacht tegen A. van LEENEN te Oud-Beijerland en dezen heb ik f 4100 verstrekt om eieren aan te koopen en in kalk in te leggen.
Aanvankelijk heeft van LEENEN verklaard dat hy f 107.000 eieren ter waarden van f 1.3588,01 heeft ingelegd waarvoor hy aankoopbriefjes aan my heeft overhandigd, zoodat hij ongeveer f 500 niet verantwoorden kon en verduisterd heeft. Dit heb ik reeds aan den Rechercheur medegedeeld.
Inmiddels heeft de Raadsman van VAN LEENEN (mr. Z.L. de Langen) schriftelijk kennis gegeven, dat zyn client geen 107.000 eieren doch slechts 54.000 heeft aangekocht en ingekalkt.
Het verduisterde bedrag moet derhalve aanzienlijk hooger wordeng esteld dan ik aanvankelijk meende en heb opgegeven.
Hoogachtend N. Teekens.

* 5 Juli 1940.
EdelAchtbare hierbij te doen toekomen het proces-verbaal 278 mijner Administratie met beleefd verzoek naar aanleiding daarvan als verdachte te willen doen hooren ALBERT VAN LEENEN, wonende a costi Molendijk 77. Het proces-verbaal van diens verhoor, aangevuld met een geboorte-axtract en een staat van inlichtingen van den verdachte zal ik gaarne met bijlage dezes tegemoet zien.
De Commissaris van politie.

* Commissariaat van Politie Dordrecht A935
AAN Burgemeester van Oud-Beijerland
5 Juli 1940.
Ik heb de eer U EdelAchtbare hierbij te doen toekomen het proces-verbaal 278 mijner Administratie met beleefd verzoek naar aanleiding daarvan als verdachte te willen doen hooren ALBERT VAN LEENEN, wonende a costi Molendijk 77. Het proces-verbaal van diens verhoor, aangevuld met een geboorte-axtract en een staat van inlichtingen van den verdachte zal ik gaarne met bijlage dezes tegemoet zien.
De Commissaris van politie.

* Oud-Beijerland 12 Juli 1940
AAN Commissaris van politie te Dordrecht
Wederom aangeboden terwijl aan Uw verzoek is voldaan.
De Burgemeester van Oud-Beijerland

* 20 Juli 1940.
Onder toezending van bijgaand dossier, waarin weder gevoegd is de teruggevonden klacht van TEEKENS, waarover met U werd getelefoneerd, heb ik de eer UEdelAchtbare beelefd te verzoeken den verdachte A. VAN LEENEN nogmaals te willen doen hooren, speciaal ten aanzien van de volgende punten:
(1e) Waarom hij zich niet gehouden heeft aan de overeenkomst
(2e) Waarom hij de ingekalkte eieren, bestemd voor de wintermaanden, terstond weder heeft verkocht
(3e) Waarom hij de opbrangst vand e verkochte kalkeieren, volgens artikel 2 van het contract, niet aan TEEKENS heeft afgedragen
(4e) Waarom hij de handel in versche eieren en die in kalkeieren niet van elkaar gescheiden gehouden heeft;
(5e) Waarom de z.g. tikkers een schadepost vormen en
(6e) Of hij in staat is aan te toonen aan wie hij de 53000 kalkeieren verkocht eheft.
Met het proces-verbaal van verhoor van A. van Leenen, zal ik het dossier gaarne van U terugontvangen.
De Commissaris van Politie.

* 17 augustus 1940.
AAn Officer van Justitie te Dordrecht
A935.
Onder terugzending van Uw schrijven B No. 3660 dd. 8 dezer heb ik de eer UEdelAchtbare mede te deelen, dat N. TEEKENS met den inhoud van dat schrijven in kennis gesteld is en dat hem de bijlagen daarvan ter hand gesteld zijn,
De Commissaris van Politie.

* AAN Bestuur van de Sportvereeniging Klein maar Dapper, Weissenbuichstraat 25.
19 augustus 1940.
I. Onder terugzending der bijlage van Uwe apostille No. 2616 dd. 16 dezer, heb ik de eer UEdelAchtbare het volgende mede te deelen:
Het verzoek is nader toegelicht door den Secretaris De Vereeniging KLEIN MAAR DAPPER  is een een jeugdsportvereeniging op Krispijn. Het is de bedoeling om op Zondag 15 September a.s. op een der sportvelden alhier een sportfeest te houden van des voormdidags 9 tot des avonds 7 uur, toegangelijk tegen betaling van f 0,10.
Het openbare karakter van dit sportfeest is gedurende den kerktijd in strijd met de bepalingen der Zondagswet. mits voor des namiddags 1 uur geen entree geheven wordt bestaat mijns inziens tegen inwilliging van het verzoek, indien dit gedaan wordt door den exploitant van het terrein, geen bezwaar.
Het volgende ontwerp-antwoord moge ik U hierbij aanbieden:
naar aanleiding van Uw bovenaangehaald schrijven deel ik U mede, dat tegen het houden van een sportfeest door Uwe vereeniging op een der sportterreinen alhier op Zondag 16 September a.s. van des voormiddags 9 tot des avonds 7 uur geen bezwaar bestaat mits:
a. de vergunning daartoe wordt aangevraagd door den exploitant van dat Sportterrein en
b. geen publiek tegen betaling wordt toegelaten voor des namiddags 1 uur.
DE COMMISSARIS VAN POLITIE.

* GEMEENTE DORDRECHT
Dordrecht, 22 Augustus 1940.
Naar aanleiding van Uw bovenaangehaald schrijven deel ik U mede, dat tegen het houden van een sportfeest door Uw vereeniging op een der sportterreinen alhier op Zondag 15 September a.s. van des voomiddags 9 tot des avonds 7 uur geen bezwaar bestaat mits:
a. de vergunning daartoe wordt aangevraagd door den exploitant van dat Sportterrein en
b. geen publiek tegen betaling wordt toegelaten voor des namiddags 1 uur.
De Burgemeester van Dordrecht (get.) Bleeker.

#
BRIEF 981
Jantien Siepel, 35 jaar, (A. Huizinga)
Allegonda Wiersman, geb. Eindhoven 30-8-1916
Cornelis Rombouts, 65 jaar
Geertruida Boll, geb. 17-2-1873, wed. Coenen
Hendrikus Diekst, geb. 26-4-1921
Arend Tromp
Joseph Horsten
Martina van Gerwen, geb. 24-10-1913
Maria Paulina Willemsen, Strijp 16-12-1901.

 

(c) Dordrecht EvD juni 2012.