BRIEVEN 1940-1941- a t/m j

Bron: Erfgoedcentrum DiEP
Archief: SAD 8A1945
Inventaris: 2600 (brieven oorlog (burgemeester/commissariaat van politie/Rode Kruis))


Jan Philip Albach (Alexander Boersstraat 4, Amsterdam)
gebouw Americain
C. Bax
H.C. Berveling
W.H. Besemer
N.V. Chem. handel v/h Fa. A. Bisschop Pzn
sigarenhandelaar A. Boer (Sweelinckstraat 56)
L.A. den Boer (Bleijenhoek 14rd)
G. de Boo ('s Gravendeelschedijk 147)
Hendrik van Deenen (Treebeekpl. 27, Hoensbroek)
P. Dekker (Het Kruis 3)
K. van Dongen (Zuidendijk 93)
A.B. van Driel (Ondiep, 16 Utrecht)
J. Derksen (Boogjes 11rood)
Constant Dickens (Voorstraat 185)
Electrische Bedrijf (P. Schrier)
P. van der Esch-Kreule (Reeweg 137)(Soldaat Lossie)
H. Eijgenraam Az. (Vlaardingen)
L.W. van Eijkelenborg (A'damschestraatweg 126 bis, Utrecht)
C.P. Franken
Otto Cornelis van de Graaf Jr (Matena'spad 40rd)
A.H. Groothuis
M.A. de Geus (verloofde Huibert du Cloo)
J. Goossens
J. Heerebout
P. Herrema
P.M. van Hiele Jr (Rio Grandelaan 36, Overveen)
Gerrit van den Hoek (* 3-4-1919; Kerkwerve)
Johann Hohenbildt (Kehn)
Joh.B. IJzendoorn (Hof de Vriendschap 42)
T. de Jong (Mauritsstraat 5 rood)

 

- B. Albach, Alexander Boersstraat 4, Amsterdam
  Amsterdam, 4 Juli 1940
  den Ed.Achtb Heer Burgemeester der Gemeente Dordrecht
  DORDRECHT
Ed.Achtb Heer Burgemeester !
Zooals ik Ued. al reeds in verband met het opmaken van de acte van overlijden van wijlen mijn zoon, den
Reserve-kapitein Jan Philip Albach, 2/II/2RW heb geschreven,
is deze in Uwe Gemeente gedurende de oorlogsdagen gevallen.
Wij ontvingen inmiddels sommige militaire goederen, uniformen, en andere kleedingstukken door bemiddeling van den Regimentscommandant Luitenant-Kolonel Mijsberg van het 2e Regiment Wielrijders.
Het blijkt ons evenwel dat er nog sommige voorwerpen worden vermist en heb ik mij derhalve alreeds aan het Informatie-Bureau van het Nederlandsche Roode-Kruis te s'Gravenhage gewend. Men antwoordt evenwel dat men aldaar geene voorwerpen meer bezit, en raadt mij aan aan Ued. achtb. te wenden met verzoek te doen nagaan of er te Dordrecht vermiste voorwerpen zijn achtergebleven.
Ik verzoek Ued. derhalve ten uwent te doen nasporen, wij missen o.a. een lederen-kaarthouder (geschenk van de manschappen van de Compagnie van mijn zoon ter gelegenheid van zijne benoeming tot Kapitein) die wij gaarne terug zouden willen hebben.
Verder een nummerbewijs voor motorrijwiel (luidende ten name van Jan Erven (hetwelk mijn zoon te leen had gekregen) en dan zijne zakportefeuille met inhoude (geldsom &c)).
Ik zoude het zeer op prijs stellen indien U dit door Uwe organen wildet doen nagaan en zeg ued. bij voorbaat mijnen beleefden dank voor de ter zake Uwerzijds te nemen moeite.
  In afwachting verblijve met de meeste,
  Hoogachting, B. Albach.

(Commissariaat van Politie Dordrecht)
Dordrecht, den 10 Juli 1940
Onder terugzending van het schrijven van B. ALBACH, wonende te Amsterdam (Z), Alexanderstraat Boersstraat 4, mij in handen gesteld bij Uwe apostille dd 6 dezer, Nr. 2076, heb ik de eer UEdelachtbare te berichten, dat het onderzoek naar de als vermist opgegeven voorwerpen, afkomstig van adressant's zoon, wijlen de reserve Kapitein J.Ph. Albach, geen gunstig resultaat heeft opgeleverd.
Mocht een en ander alsnog worden opgespoord, dan zal hiervan aan verzoeker onmiddellijk mededeeling worden gedaan.
Ik moge U adviseeren adressant in dien geest in te lichten.
De Commissaris van Politie.

(Gemeente Dordrecht)
Onderwerp: Vermiste voorwerpen.
Dordrecht, 15 Juli 1940
AAN den heer B. Albach, Alexander Boersstraat 4, AMSTERDAM (Z.)
In antwoord op bovenaangehaald schrijven deel ik U mede, dat het door de politie ingesteld onderzoek naar de als vermist opgegeven voorwerpen, afkomstig van Uw zoon, wijlen den reserve-kapitein J.Ph. Albach, geen gunstig resultaat heeft opgeleverd.
Mocht een en ander nog worden opgespoord, dan zal U daarvan onmiddellijk bericht worden gezonden.
De BURGEMEESTER van DORDRECHT, Bleeker.

Personalia
Achternaam Albach
Voornamen Jan Philip Voorletters J.P.
Rang Kapt.
Mil. onderdeel 2-II-2 R.W.
Onderscheiding BK.
Geboorteplaats Amsterdam Geboortedatum 19-12-1903
Overlijdensplaats Dordrecht Overlijdensdatum 12-05-1940
Begraafplaats
Gem. Begraafplaats Zorgvlied te Amsterdam (meer informatie)
Gemeente Amstelveen
Provincie Noord-Holland
Land Nederland
Vak C
Rij I
Nummer 166
(www.ogs.nl)
(http://www.museum19401945.nl/images/lijsten%20nl/nederland.htm)

 

 

- UITTREKSEL uit de notulen van BURGEMEESTER en WETHOUDERS
dd. 20 Juni 1940 (Fin. en Bedr.)
Punt 18
W.V. deelt mede, dat 5 dekzeilen, welke zijn gebruikt voor afdekken ramen van Americain, voor vluchtingen,  niet meer zijn terug te vinden.
De fa. Recourt vraagt f 110 schadevergoeding (voor huur f 32). Verondersteld wordt dat de Duitschers de dekzeilen hebben medegenomen.
Besluit: Doen onderzoeken door C.v P. (=Comm. van Politie)

- (Gemeente Dordrecht)
Onderwerp: verdwijning van goederen
  Dordrecht, 26 Juni 1940
  AAN den heer commissaris van politie DORDRECHT
Voor het afdekken van ramen van het gebouw Americain ten behoeve van vluchtingen, die in dat gebouw in de eerste oorlogsdagen van mei opgenomen zijn geweest, zijn een vijftal dekzeilen gebruikt.
Deze dekzeilen zijn zoek geraakt en niet terug te vinden. De gemeente heeft nu aan de N.V. P. Recourt's zeilmakerij alhier, van wie de dekkleeden waren gehuurd, een schadevergoeding van f 110 moeten betalen.
Voorts zond de N.V. Dordrechtsche Melkinrichting aan de gemeente Dordrecht (Luchtbeschermingsdienst) een rekening van geleverde bussen (27 nieuwe bussen à f 9,60 en 1 bus à f 8,25). Het is niet bekend waar deze bussen zijn gebleven.
Ik verzoek U naar een en ander een onderzoek in te stellen en mij het resultaat daarvan mede te deelen.
De BURGEMEESTER van DORDRECHT, Bleeker.

- (ingekomen den 4 jul 1940) RAPPORT
Ter voldoening aan het verzoek van den Heer Burgemeester van Dordrecht, vervat in diens schrijven no. 2047, dd 26 Juni 1940, gericht aan den heer Commissaris van Politie te Dordrecht, heb ik, ondergeteekende, Johannes Scheepmaker, agent majoor rechercheur van politie te Dordrecht, volgens bekomen opdracht een onderzoek ingesteld naar vijf dekkleeden, welke waren gebruikt voor het afdekken van het gebouw "Americain", tijdens het verblijf aldaar van een aantal vluchtelingen gedurende de oorlogsdagen.
Bij mijn onderzoek is gebleken, dat de heer A.J. Teunissen, wonende te Dordrecht aan de Frans Lebretlaan no. 47, op Zaterdag, 11 Mei 1940, volgens zijne verklaring handelende in opdracht van den Heer Bos, waarnemend Hoofd van den Luchtbeschermingsdienst te Dordrecht, bij de zeilmakerij van Recourt, gevestigd te Dordrecht, Taankade no's 24 en 26, 5 dekzeilen heeft gehuurd, welke zeilen waren genummerd 316-317-331 en 348, terwijl het vijfde dekkleed, hetwelk in tegenstellling met de andere vier dekkleeden, welek bruin van kleur waren, van witte kleur en niet genummerd was.
Veder is mij gebleken, dat al deze dekkleeden nog in het gebouw "Americain" aanwezig waren op de plaats, waar deze waren aangebracht. Bedoelde dekkleeden waren aldaar waren aldaar op de plaats, waar zij zich bevonden, gedeeltelijk spijkervast bevestigd door den aannemer Van der Leer, wonende te Dordrecht aan de Groenmarkt no. 36, zoodat deze persoon weet hoe de dekzeilen bevestigd zijn en deze dus in staat moet worden geacht deze weer onbeschadigd te verwijderen.
De Heer Teitsma, exploitant van het gebouw "Americain", verklaarde, dat hij geen prijs stelt op de aanwezigheid van bedoelde dekzeilen en tegen verwijdering geen bezwaar te hebben.
Dordrecht, 29 Juni 1940. w.g. J. Scheepmaker.

 

- (82e Opbouwkorps 4e Afdeeling, Commandant, No. A 167)
  AAN: Burgemeester der gemeente Dordrecht
  Onderwerp: Inleveren Militaire Uitrustingen
   J/S. Kesteren, 20 September 1940.
Op mijn verzoek tot inleveren van medegenomen uitrustingstukken en kleeding, gericht aan:
Den Heer C. Bax, Verheulstraat 45, DORDRECHT, welke op 20 Juli j.l. ontslag uit den Opbouwdienst verkreeg, ontving ik bericht, dat deze uitrusting etc. bij U werden ingeleverd den 22 Augsutus j.l.
Daar gemelde uitrusting etc. bij overgang betreffenden werker naar den Opbouwdienst in eigendom kwam van genoemden Dienst, is zij ten onrecht bij U ingeleverd respectievelijk teruggevoerd als krijgsbuit van Duitsche Autoriteiten.
In moge U derhalve dringend verzoeken, gemelde uitrusting en kleeding omgaand franco aan mijn adres te doen geworden.
De Kapitein, C.-4-82e KOD. (get.) P.H. Meijer.

- (Commissariaat van Politie Dordrecht; ingekomen den 27 sept 1940)
Dordrecht, den 27 September 1940.
Onder terugzending van het schrijven van den Commandant van het 82ste Opbouwkorps, 4e Afdeeling, te Kesteren, mij in handen gesteld bij Uwe apostille dd. 23 dezer, No. 3109, heb ik de eer UEdelAchtbare hierbij te doen toekomen een rapport van den Agent van Politie 1e klasse L.N. van der Hagen, bevattende den uitslag van het ingesteld onderzoek naar de in het schrijven bedoelde uitrustingstukken.
DE COMMISSARIS VAN POLITIE.

- RAPPORT.
Naar aanleiding van bijgaand schrijven van den kapitein van C.4-82e KOD. dd. 20 September 1940, No. A.167, heb ik ondergeteekende LEENDERT NICOLAAS VAN DEN HAGEN, Agent van Politie te Dordrecht, ingevolge bekomen opdracht een onderzoek ingesteld en gehoord den in bedoeld schrijven genoemden C. BAX, wonende aan de Verhulststraat 45 te Dordrecht, die mij desgevraagd mededeelde, dat hij na het verlaten van den Opbouwdienst zich had gemeld aan de 5e Afdeeling (Bureau Militaire Zaken te Dordrecht) en dat hij daarna een oproepingskaart van deze afdeeling had ontvangen om de in zijn bezit zijnde uitrustingstukken en kleeding op Donderdag 22 Augustus 1940, des voormiddags te 9 uur, in de school aan het Nieuwkerksplein in te leveren. Verder deelde hij mede, dat hij op bedoelden datum bedoelde goederen aan meergenoemd adres had ingeleverd en dat hij een bewijs van inlevering hiervoor had ontvangen, welk bewijs hij op verzoek van den in bingaand schrijven bedoelden Kapitein MEIJER hem ter overtuiging had toegezonden.
Bij informatie aan de 5e Afdeeling, deelden men mij mede, dat de 1e Luitenant HA(R)TINGSVELDT was belast geweest met het innemen van bedoelde goederen en dat thans bij den Indeelings-Districts-Commandant (Commissie G) te 's-Gravenhage, nader zou kunnen worden geinformeerd, waar bedoelde geoderen zich thans bevinden.
Dordrecht, 26 September 1940.

- (gemeente Dordrecht, Postbus 8)
  Dordrecht, 1 October 1940.
  Onderwerp: Inleveren Militaire uitrustingen.
  AAN den heer Commandant van het 82e Opbouwkorps, 4e afdeeling te KESTEREN
Naar aanleiding van bovenaangehaald schrijven doe ik U hierbij toekomen afschrift van een terzake opgemaakt politie-rapport.
De BURGEMEESTER van DORDRECHT, Bleeker.

 

Papendrecht, 18 Mei 1940.
Hoog geachte Burgemeester,
Bij ons vertrek uit de school aan de Jacob Marisstraat Chrispijn werd door mij als administrateur der 1e Deprt. Compagnie Pontonniers aan den slager Siebes wonende nabij de School een acte tasch, afgesloten met een sleutel en als inhoud een geldelijk bedrag van ca. f 200 in bewaring gegeven, aangezien bij het terug trekken voor de Duitsche troepen ik het geld NIET mede kon dragen, aangezien het klein en groot zilvergeld was. Ik vroeg Siebes deze tasch voor mij op te vergen en te bewaren tot na terugkomst.
J.l. Maandag heeft Siebes aan 2 matrozen genaamd Staphorst en Hoogstraten en beiden wonende in den Haag, de tasch met inhoud afgegeven. Zij gaven voor soldij te willen hebben en met den tasch naar het raadhuis te gaan. Bij de door mij gedane informatie is gebleken dat zij nog op het stadhuis nog op het politiebureau zijn geweest.
Bij het in ontvangst nemen der tasch waren beiden gekleed in burgerkleeding. Zij zijn beiden pertinent herkend als zeemilicien Staphorst en Hoogstraten. Beiden hebben een bewijs aan Siebes afgegeven en hun handteekening achter gelaten.
Tot op heden is niets meer van de tasch gehoord. beleefd verzoek ik U door U o.h. personeel de tasch op te doen sporen, aangezien mij door de Commandant der wacht der Duitsche troepen te kennen heeft gegeven mij tot de Politie te Dordrecht te wenden.
Hopende dat de tasch wederom spoedig in mijn bezit mag zijn, verblijf ik Hoogachtend
  H.C. Berveling, Sergt. Majoor Administrateur 2e Depat. C.ie Pontonniers thans te Papendrecht, huisadres Maasstraat 130, Dordrecht
PS. Slager Siebes zal zich a.s. Maandag ten Politie Bureau melden voor aangifte.

- (Commissariaat van Politie Dordrecht)
Dordrecht, den 23 Mei 1940.
Onder terugzending van het schrijven van den Sergeant-Majoor Administrateur H.C. BERVELING, te Dordrecht, mij in handen gesteld bij Uwe Apostille dd. 20 dezer, No. 1344 heb ik de eer UEdelAchtbare mede te deelen, dat van de aangelegenheid proces-verbaal wordt opgemaakt, hetwelk de Justitie zal worden toegezonden. Aangever H.C. BERVELING is  bereids gehoord en is het hem dus bekend dat de zaak wordt onderzocht.
DE COMMISSARIS VAN POLITIE.

 

- (Mr. B. van Marwijk Kooy, Mr. F.G. Rens, advocaten/procureurs en dispacheurs, Mr. J.J. Vriesendorp, Mr. L.J. Dutilh; Wijnstraat 81-83)
  Dossier No. 268
  Inzake: W.H. BESEMER
  DORDRECHT, 15 Juni 1940.
Edelachtbare Heer,
Blijkens hierbij overgelegde twee bescheiden is van den heer W.H. Besemer, alhier gevorderd een vrachtauto, waarvan de waarde door de schattingscomissie is bepaald op f 500. Daar den Heer Besemer niet bekend is waar hij dit bedrag moet ontvangen, verzoek ik U beleefd mij te willen mededeelen tot wien hij zich moet wenden, dan wel of hij door indiening aan U voorloopig aan zijn verplichtingen heeft voldaan.
Eventueel mogen wij bijgaande documenten wel van U terugontvangen.
Hoogachtend, uw dw.

- (Gemeente Dordrecht)
  Dordrecht, 22 Juni 1940.
  Onderwerp: Betaalbaarstelling gevorderde auto (Besemer).
  AAN den heer Mr. F.G. Rens, kantoor Wijnstraat 81-83, DORDRECHT
Naar aanleiding van bovenaangehaald schrijven en met terugzending der bijlagen heb ik de eer U te berichten, dat de betaalbaarstelling nog niet is geregeld; volgens de nieuwsbladen zal deze echter binnen niet te landen tijd tegemoet gezien kunnen worden.
De BURGEMEESTER VAN DORDRECHT, Bleeker.

 

- (N.V. Bisschop, Dordrecht, filiaal Amsterdam Bloemgracht 119)
Dordrecht, 17 Juni 1940.
Edelachtbare Heer,
Op 10 Mei is door de Duitschers beslaggelegd op onze 2 nieuwe D.K.W. personenauto's, welke wij tot nu toe niet hebben terugontvangen.
Autogarage Kern, waar deze auto's stonden, heeft U reeds opgave daaromtrent verstrekt, onder vermelding van alle bijzonderheden, en teruggave gevraagd, hetgeen tot heden nog niet is geschied.
Wij hebben deze beide wagens dringend noodig voor onze reizigers en wij verzoeken U beleefd Uw pogingen voort te zetten, opdat deze wagens zoo spoedig mogelijk terugkomen. U bij voorbaat onzen dank betuigend voor Uw welwillende medewerking, verblijven
Hoogachtend, pp. N.V. Chem. handel v/h Fa. A. Bisschop Pzn.

- (Commissariaat van Politie Dordrecht)
  DORDRECHT, den 24 Juni 1940.
Onder terugzending van het schrijven van de N.V. Chem. handel v/h Fa. A. Bisschop Pzn, alhier, mij in handen gesteld bij Uwe apostille dd. 18 dezer, No. 1791, heb ik de eer uEdelAchtbare het volgend ontwerp-antwoord aan te bieden:
Naar aanleiding van Uw schrijven dd. 17 dezer, deel ik U mede, dat Uwe door de Duitsche overheid inbeslaggenomen personenauto's voor zoover is kunnen blijken, zich niet in deze gemeente bevinden; het politie-onderzoek wordt voortgezet en zal U onmiddellijk worden bericht, ingeval een of beide motorrijtuigen worden opgespoord.
DE COMMISSARIS VAN POLITIE.

- (Gemeente Dordrecht, Postbus 8)
  DORDRECHT, 26 Juni 1940.
  Onderwerp: onderzoek
  AAN Directie van de N.V. Chem. handel v/h Fa. A. Bisschop Pzn, te DORDRECHT.
Naar aanleiding van bovenaangehaald deel ik U mede, dat Uw door de Duitsche overheid inbeslaggenomen personenauto's, voor zoover is kunnen blijken, zich niet in deze gemeente bevinden; het politie-onderzoek wordt voortgezet. Ingeval een of beide motorrijtuigen worden opgespoord., zal U daarvan onmiddellijk bericht worden gezonden.
De BURGEMEESTER van DORDRECHT, Bleeker.

 

- UITTREKSEL uit de notulen van Burgemeester en Wethouders dd 8 Augustus 1940 (Afd B en W)
Punt 16.
Secretaris deelt mede, dat sigarenhandelaar A. Boer, Sweelinckstraat 56, hem heeft gevraagd een verklaring af te geven, dat zijn zaak door Duitschers is geplunderd, dat hij gebrek aan voorraad heeft, en dat aan fabrikanten wordt verzocht hem een extra voorraad toe te wijzen. In Rotterdam zou dit ook geschieden. Dit laatste is door Secretaris onderzocht en blijkt niet waar te zijn.
Besluit: bezwaar maken tegen het afgeven van een degelijke verklaring. 

- (gemeente Dordrecht)DORDRECHT, 9 Augustus 1940.
  AAN den Heer A. Boer, Sweelinckstraat 56, DORDRECHT
  Onderwerp: Aanvulling sigarettenvoorraad.
Naar aanleiding van Uw mondeling tot mij gericht verzoek, om van mij een verklaring omtrent plundering van Uw winkelvoorraad te mogen ontvangen, welke U bij den aankoop en de toewijzing van sigaretten van dienst zou kunnen zijn, deel ik U mede, dat blijkens een door mij ingesteld onderzoek in Rotterdam dergelijke verklaring niet worden afgegeven. Burgemeester en Wethouders dezer gemeente hebben eveneens bezwaar, dat gemeentelijke organen in deze richting hunne tusschenkomst zouden verleenen.
De Secretaris van Dordrecht, K.J. Poll.

 

- Dordrecht, 24 Mei 1940.
Den Edelachtb. Heer Burgemeester der Gemeente Dordrecht.
Edelachtb. Heer,
Ondergeteekende L.A. den Boer, Bleijenhoek 14rd te Dordrecht, heeft met verschuldigden eerbied te kennen, dat het door hem met zijn oude moeder bewoonde pand, gelegen aan den Blijenhoek 14rd. Zondagmiddag dd. 12 Mei, plm. 2 1/2 uur vermoedelijk door een aanval met vliegmachines vanuit de lucht, vrij zwaar werd getroffen.
Ongeacht de vrij groote schade aan het huis zelf, waarvoor de eigenaar tegen molest is verzekerd, werd aan het meubilair etc. van ons als huurders van genoemd pand, onderstaande schade aangericht.
in de voorkamer werd vernield:
4 stoelen
1 mahoniehouten tafel (groot)
1 mahoniehouten tafel (klein)
3 schilderijen
1 spiegel
1 theemeubel, met het daarin ebvindende porcelein en glaswerk
1 klok
al het zeil op den vloer, alle gordijnen met diverse vazen en portretten kortom alles wat zich daarin bevond.
in de achterkamer werd vernield:
1 tafel
4 stoelen
3 schilderijen
diverse vazen en portretten, matten zeil op den vloer, gordijnen koperen roeden etc.
in de keuken:
verschillende potten en pannen en keukengerei.
op den zolder:
eenige stoelen.
Nadat wij ons zelf met groot levensgevaar uit bedoeld pand hebben gered, is hetgeen over was zoo goed mogelijk in kisten etc gepakt en bedoelde kamers voor zoover mogelijk afgesloten. Desondanks werd het onderstaande, nadat de sluitingen waren verbroken, in onze afwezigheid ontvreemd (vermoedelijk door de bezettingstroepen):
2 gestikte dekens f 105
2 molton dekens f 7,50
2 spreien f 4
2 lakens f 2
2 matrassen - = f 23,50 + f 11,50 = f 35
verschillende laden en kasten werden verbroken, waarbij voorwerpen van waarde verdwenen o.a. zeepen, postpapier, doozen enveloppen, kleederen, diverse nikkelen vulpotlooden, diverse vulpenhouders, eenig geld en (verschillend keukengerei) f 11,50
Daar zoo spoedig mogelijk weer elders een andere woning dient te worden betrokken, wordt spoedige hulp in natura of geldelijke vergoeding verzocht, teneinde voor de geleden schade eenigszins schadeloos te worden gesteld. Dit kan helaas niet uit eigen middelen geschieden. Het was ondoenlyk de schade in zyn geheel precies op te geven, zoodat ik door opsomming van het voornaamste hoop dat U hierdoor een voorloopig overzicht heeft, en voorhands in de behoefte elders een woning behoorlyk in te richten eenigszins kan worden voorzien. Hoewel wy als huurders van genoemd pand wel tegen brandschade waren verzekerd, zyn wy dit helaas niet tegen molest. Als zwaarst getroffenen in onze straat, hoop ik gaarne, dat U Uw medewerking wilt verleenen en verblyf, Hoogachtend, Uw. dwd. L.A. den Boer.
(tijdelijk adres is thans J. Eggink, Develstraat 7 (Staart))

- (Commissariaat van Politie)
DORDRECHT, den 3 Juni 1940.
Onder terugzending van het schrijven van L.A. den Boer, wonende alhier aan den Bleijenhoek No. 14rood, doch tijdelijk verblijvende aan de Develstraat No. 7, mij geworden bij Uwe apostille dd. 25 Mei j.l., No. 1425, heb ik de eer UEdelAchtbare het volgend ontwerp-antwoord aan te beiden:
Naar aanleiding van Uw schrijven dd . 24 Mei j.l., deel ik I mede, dat naar de door U vermiste goederen door de Politie een onderzoek is ingesteld en dat de Heer Orts-kommandant alhier, met den uitslag daarvan op de hoogte is gebracht; van dezen kunt U nadere mededeelingen verwachten.
Omtrent de aangerichte schade zoowel aan het personeel als aan den inventaris, wordt vóór of op 5 dezer, een opgave bij mij ingewacht.
DE COMMISSARIS VAN POLITIE.

- (Gemeente Dordrecht)
   DORDRECHT, 4 Juni 1940.
   AAN den Heer L.A. den Boer, p/a. den Heer J. Eggink, Develstraat 7, DORDRECHT
Naar aanleiding van bovenaangehaald schrijven deel ik U mede dat naar de door U vermiste goederen door de Politie een onderzoek is ingesteld en dat de Heer Orts-kommandant, alhier, met den uitslag daarvan op de hoogte is gebracht; van dezen kunt U nadere mededeelingen verwachten.
Omtrent de aangerichte schade zoowel aan het personeel als aan den inventaris, wordt vóór of op 5 dezer, een opgave bij mij ingewacht.
De BURGEMEESTER van DORDRECHT, Bleeker.

 

- G. de BOO, 's Gravendeelschedijk 147, DORDRECHT
Dordrecht, 5 Juni 1940.
Den Edelachtbaren Heer Burgemeester der Gemeente Dordrecht.
Edelachtbaren Heer,
Ik ben zoo vry om my tot UEd. te wenden teneinde U in kennis te stellen van de vermissing van myn rywiel tengevolge van den oorlog.
Op Zaterdag, 11 Mei jl. ging ik 's avonds probeeren om brood te halen, daar wy reeds twee dagen zonder zaten. Ik had hiertoe even het rywiel van myn zwager, G. Roubos, geleend.
Ik kwam toen bij de Politiepost, waar my door een Duitschen militair halt werd gecommandeerd,  hoewel ik voorzien was van een witte doek ter beveiliging van myn leven. Ik werd toen zonder meer in de Christelijke School aan de Rijksstraatweg opgesloten. Er waren daar reeds ongeveer 80 andere burgers, benevens eenige politieambtenaren.
Wij maakten in deze school een paniek mede, daar de school van verschillende zyden onder vuur werd genomen. Onverwacht kwam er voor my evenwel een "lichtpunt" om uit deze hel te komen. De commandant van de daar gelegerde Duitschers wees iemand aan uit de groep burgers om voor ernstig gewonde Hollandsche soldaten geneeskundige hulp te gaan halen. By dezen burger werd toen nog een licht gewonde vrijwilliger gevraagd. Ik was licht gewond en heb mij toen als vrywilliger aangemeld. De opdracht leidde ons door de vuurlinies heen en na verscheidene hindernissen overwonnen te hebben, kwamen wy op het politiebureau, waar wy ons verzoek om geneeskundige hulp overbrachten. We hebben toen een nacht in de taveerne mogen doorbrengen en mochten 's middags, nadat de stad was overgegeven, naar huis terugkeeren. Mijn eerste werk was toen om te gaan kyken of de fiets er nog stond, doch tot myn groote spyt was deze verdwenen. Wie deze meegenomen heeft is my niet bekend, doch misschien is dit by navraag nog te onderzoeken. Ik ben gaarne bereid om na oproep persoonlyk deze zaak nog te komen uiteenzetten. Ik ben nu echter een rywiel, dat niet eens myn eigendom was, kwyt geraakt en hoop, dat een event. onderzoek tot een gunstig resultaat zal leiden. Ik zeg U by voorbaat vriendelijk dank en verblijf inmiddels, met verschuldigde hoogachting, G. de Boo.

- (Commisssariaat van Politie)
DORDRECHT, den 11 Juni 1940.
Onder terugzending van het schrijven van G. DE BOO, wonende alhier 's-Gravendeelschedijk No. 147, mij in handen gesteld bij Uwe apostille dd. 7 dezer, No. 1621, heb ik de eer uEdelAchtbare het volgend ontwerp-antwoord aan te beiden:
Naar aanleiding van Uw schrijven dd. 5 dezer, deel ik U mede, dat door de Politie een onderzoek is ingesteld naar Uw vermist rijwiel, doch dat het niet opgespoord is kunnen worden.
Mocht het evenwel nog worden gevonden, dan zal U onmiddellijk worden bericht.
DE COMMISSARIS VAn POLITIE

- (Gemeente Dordrecht)
DORDRECHT, den 14 Juni 1940.
AAn den heer G. de Boo, 's-Gravendeelschedijk 147, DORDRECHT
Naar anleiding van Uw bovenaangehaald schrijven deel ik U mede, dat door de Politie een onderzoek is ingesteld naar Uw vermist rijwiel, doch dat het niet opgespoord is kunnen worden.
Mocht het evenwel nog worden gevonden, dan zal U onmiddellijk worden bericht.
De BURGEMEESTER van DORDRECHT. Bleeker.

 

(Nederlandsche Roode Kruis, Informatie-Bureau 's-Gravenhage, v.R. No. 5264)
  's-GRAVENHAGE, 27 Augustus 1940.
  Den Edelachtbaren Heer, Den heer Burgemeester van Dordrecht, Dordrecht.
Heden vervoegde zich aan mijn bureau de dienstplichtige Hendrik van Deenen, behoord hebbende tot 1-II-1 R.W. en in den strijd geweest bij het Viaduct ten Zuiden van Dordrecht.
Genoemde dienstplichtige deelde mij mede, dat hij aldaar gewond was geraakt en zijn kleeren had moeten achterlaten, waarmede o.a. een horloge, een vulpen en een portemonnaie met een bedrag van circa f 17 verloren was gegaan.
Aangezien ten name van den, nog steeds in het Militair Hospitaal alhier verpleegden van Deenen, vnd., tot op heden geenerlei geoderen werden ontvangen, verzoek ik U beleefd terzake wel een onderzoek te willen doen instellen en mij van het resultaat daarvan eenig bericht te doen toekomen.
te Uwer informatie moge dienen, dat alhier wel zijn ontvangen de goederen van den, op den zelfden plaats gesneuvelden dienstplichtige L. Noordam, wiens stoffelijk overschot, volgens van Deenen voornoemd naast zijn kleeren moet zijn aangetroffen.
De Chef der Ie Afdeeling van het Informatie Bureau van het Nederlandsche Roode Kruis.

(Nederlandsche Roode Kruis, Informatie-Bureau 's-Gravenhage, v.R. No. 5264)
  's-GRAVENHAGE, 29 Augustus 1940.
  Den Edelachtbaren Heer, Burgemeester van Dordrecht, Dordrecht.
In vevrolg op mijn schrijven dd. 27 dezer No. 5264 doe ik U bijgaand toekomen een adschrift van het schrijven van mevrouw R. van Deenen-Kruishaar, naar den inhoud waarvan kortheidshalve verwezen moge worden.
Gaarne ontving ik terzake eenig bericht.
De Chef der Ie Afdeeling van het Informatie Bureau van het Nederlandsche Roode Kruis.
+
AFSCHRIFT.
Na aanleiding van U schrijven van 19 Augustus No. 4919 om nadere inlichtingen deel ik u mede dat het legeronderdeel waar mijn echtg. was ingedeeld gelegerd was in Heeze bij Eindhoven-Veldpost adres I-II.I Reg. Wielrijders Peel Divisie. Daar zijn de koffer met overhemden, trui enz verloren geraakt. Bij informatie in Heeze is ons geantwoord dat de barakken van de militairen afgebroken waren en van zijn bezittingen niets was gevonden, de portemonnaie, bril, horloge enz zijn bij de tunnel in Dordrecht verloren geraakt gedeeltelijk bij het gevecht, de rest moet nog in de militaire jas en broek zitten die hij in een woning waarvan de bewoners gevlugd waren, uitgetrokken heeft om zijn wonden te verbinden.
Aangezien hij toen uitgeput was en zijn linkerhand onbruikbaar was kon hij zich niet meer aankleeden dus zijn de kleeren in die woning achtergebleven, want mijn echtg. is toen half kruipend half loopend na de ambulancewagen gegaan waarmede hij na het burgerziekenhuis te Dordrecht is vervoerd van waar hij later na den Haag is verplaats, waar hij nog verpleegd word in de Loge-Muzestraat 4.
Hiermede hoop ik U zoo voledig mogelijk te hebben ingelicht.
Hoogachtend, R.v. Deenen-Kruishaar, Treebeekpl. 27, Hoensbroek. Treebeek.

- (Commissariaat van Politie)
   Dordrecht, den 12 September 1940.
Onder terugzending van de stukken van den Chef van de 1e Afd. van het Informatiebureau van het Nederlandsche Roode Kruis te 's-Gravenhage, mij in handen gesteld bij Uwe apostilles dd. 30 Augustus en 2 September j.l., resp. Nos. 2821 en 2836, heb ik de eer uEdelAchtbare het volgende mede te deelen:
Bij onderzoek is gebleken, dat in het Gemeente-Ziekenhuis alhier, waar de dienstplichtige HENDRIK VAN DEENEN, wonende Treebeekplein 27 te Hoensbroek-Treebeek, is verpleegd geweest, geen militaire goederen of voorwerpen, aan militairen toebehoorend, meer aanwezig zijn.
De militaire goederen, afkomstig van gewonde of gesneuvelde militairen, welke aanvankelijk waren gedeponeerd aan het bureau Militaire Zaken der gemeente Secretarie alhier, zijn later overgebracht naar de Benthienkazerne alhier, terwijl de militaire goederen, welke aan het Hoofdbureau van Politie zijn gedeponeerd door militairen zoowel als door particulieren, bij wie deze goederen in de woningen zijn gevonden na eenige dagen zijn afgehaald door een aantal Nederlandsche militairen onder bevel van een Duitschen Officier. Alle voornoemde goederen zijn tenslotte vervoerd naar 's-Gravenhage; nadere plaatsaanduiding is onbekend. Aangezien in bijgaande stukken als plaats waar genoemde VAN DEENEN zijn goederen is kwijt geraakt zoowel het viaduct ten Zuiden van Dordrecht als de Tunnel in deze Gemeente wordt genoemd, valt niet na te gaan welke plaats als juist moet worden aangenomen, zoodat een onderzoek dienaangaande dan ook niet wel mogelijk is.
Ik moge U dan ook in overweging geven adressant te doen mededeelen, dat zich in deze gemeente geen gevonden militaire goederen meer bevinden, terwijl zonder nadere aanduiding een onderzoek omtrent de vermiste voorwerpen niet mogelijk is.
DE COMMISSARIS VAN POLITIE

- (gemeente Dordrecht)
   Dordrecht, den 17 September 1940.
AAN Nederlandsche Roode Kruis.
Nar aanleiding van bovenaangehaalde brieven heb ik de eer U het volgende mede te deelen.
Bij onderzoek  is gebleken, dat in het Gemeente-Ziekenhuis alhier, waar de dienstplichtige HENDRIK VAN DEENEN, wonende Treebeekplein 27 te Hoensbroek-Treebeek, is verpleegd geweest, geen militaire goederen of voorwerpen, aan militairen toebehoorend, meer aanwezig zijn.
De militaire goederen, afkomstig van gewonde of gesneuvelde militairen, welke aanvankelijk waren gedeponeerd aan het bureau Militaire Zaken der gemeente Secretarie alhier, zijn later overgebracht naar de Benthienkazerne alhier, terwijl de militaire goederen, welke aan het Hoofdbureau van Politie zijn gedeponeerd door militairen zoowel als door particulieren, bij wie deze goederen in de woningen zijn gevonden na eenige dagen zijn afgehaald door een aantal Nederlandsche militairen onder bevel van een Duitschen Officier. Alle voornoemde goederen zijn tenslotte vervoerd naar 's-Gravenhage; nadere plaatsaanduiding is onbekend.
Aangezien in bijgaande stukken als plaats waar genoemde VAN DEENEN zijn goederen is kwijt geraakt zoowel het viaduct ten Zuiden van Dordrecht als de tunnel in deze Gemeente wordt genoemd, valt niet na te gaan welke plaats als juist moet worden aangenomen, zoodat een onderzoek dienaangaande zonder andere aanduiding dan ook niet wel mogelijk is.
De BURGEMEESTER van DORDRECHT. Bleeker.

- (Commissariaat van Politie)
Dordrecht, den 30 October 1940.
Aan den Heer Burgemeester van Dordrecht.
Na aanleiding van een schrijven van den Heer Chef van het inlichtingen Bureau van het Nederl. Roode Kruis of we aan u nadere inlichtingen wilden verstrekken over de verloren geraakte goederen van H. v. Deenen, Militair deel ik u mede dat deze goederen niet in het ziekenhuis te Dordrecht zijn geweest, maar in een van de woningen bij het viaduct, hoe de omgeving daar heet weet ik niet, maar volgens zijn zeggen het eerste viaduct van af de Moerdijkbrug. Maar waar precies weet ik natuurlijk niet, maar als u nadere inlichtingen zou wenschen, zou U zoo goed willen zijn u te wenden tot mijn echtgenoot H. v. Deene, Ursula-Kliniek, Eikenlaan, Wassenaar, waar hij momenteel verpelegd word, de verloren geraakte goederen portemonai met inhoud, horloge, bril, zakboekje met photo's en vulpen moeten in zijn militairen kleeren zitten, hij heeft zich in genoemde uitgekleed om zijn wonden te verbinden, en was toen niet meer in staat zich aan te kleeden daar hij gedeeltelijk verlamd is, hij is alleen gekleed met een hemd in het Burger Ziekenhuis aangekomen dus niet beter te weten moeten de bezittingen in zijn kleeren gebleven zijn. Hiermede hoop ik u zoo goed mogelijk ingelicht te hebben. Hoogacht. R. v. Deenen-Kruishaar, Treebeekplein 27, Hoensbroek-treebeek.

- (Commissariaat van Politie)
Dordrecht, den 30 October 1940.
Onder terugzending van het schryven van Mevrouw R. van DEENEN-KRUISHEER, wonende te Hoesnbroek-Treebeek, Treebeekplein 27, my in handen gesteld by Uwe apostille dd. 12 dezer, no. 3416, heb ik de eer uEdelAchtbare het volgende mede te deelen:
In verband met den inhoud van bygaand schryven is H. van Deenen door de politie te Wassenaar nader gehoord teneinde meerdere gegevens te bekomen omtrent de juiste plaats waar voornoemde persoon alhier is gewond geraakt. Dit bleek te zyn naby het benzine-station aan de Hugo de Grootlaan. Daarna is een ander onderzoek ingesteld en zyn meerdere bewoners in die omgeving thans gehoord. Geen hunner kon echter inlichtingen verschaffen omtrent meergenoemden Deenen en diens eigendommen, de meesten hunner hebben in de oorlogsdagen de woningen verlaten in verband met het gevaar. Ik moge U dan ook adviseeren adressante te doen weten, dat het nader ignestelde onderzoek geen resultaat heeft opgeleverd.
DE COMMISSARIS VAN POLITIE

Personalia
Achternaam Noordam
Voornamen Leendert Johannes Voorletters L.J.
Rang Sold.
Mil. onderdeel 1-II-1 R.W.
Geboorteplaats Maasland Geboortedatum 09-05-1908
Overlijdensplaats Dordrecht Overlijdensdatum 12-05-1940
Begraafplaats
Gem. Begraafplaats te De Lier (meer informatie)
Gemeente Westland
Provincie Zuid-Holland
Land Nederland
Nummer 45
(www.ogs.nl)

 

 

- Zeer geachte Mijnheer,
daar ik in den oorlog m'n fiets vermist heeft wilde ik U om schadeloos stelling vragen of dat U mij soms inlichtingen kon geven waar m'n fiets is ik vermoed dat een van onze of Duitse soldaten hem soms mee hebben genomen het is een nieuw rijwiel merk (Erko) het was pas betaalt het is dus voor mij een zeer groot verlies als werkman zijnde en ben pas zonder werk gekomen ik hoop dat u mij per omgaande eenig bericht mogt geven, ik ben al herhaalde male op 't politie bureau geweest maar daar hebben ze hem ook nog niet kunnen ontdekken, ik zit erg onthand met de fiets anders kon ik nog eens op werk uit buiten de stad of zoo maar nu kan ik niet ver heeft de inspecteur van politie gezegd dat ik mij schriftelijk tot u zou wenden in afwachting u antwoord tegemoet zioende blijk ik u steeds hoogachtend, P. Dekker, i/h Kruis No. 3.

- (Commissariaat van Politie)
Dordrecht, den 19 Juni 1940.
Onder terugzending van het kaartschryven van P. Dekker, wonende alhier Kruis no. 3, my in handen gesteld my Uwe apostille dd. 7 dezer, no. 1620 heb ik de eer UEdelAchtbare het volgende ontwerp-antwoord aan te bieden:
In antwoord op Uw schryven dd. 6 dezer deel ik U mede, dat het door U als vermist opgegeven rijwiel tot heden niet in deze gemeente is aangetroffen. Mocht der Politie hieromtrent iets naders blyken, dan ontvangt U daarvan bericht.
DE COMMISSARIS VAN POLITIE

- (Gemeente Dordrecht)
Dordrecht, 21 Juni 1940.
Aan den Heer P. Dekker, Het Kruis nr. 3, DORDRECHT
In antwoord op bovenaangehaald schrijven deel ik U mede, dat het door U als vermist opgegeven rijwiel tot heden niet in deze gemeente is aangetroffen. Mocht aan de Politie hieromtrent iets naders blyken, dan zal U daarvan bericht worden gezonden.
De BURGEMEESTER van DORDRECHT. Bleeker.

 

- (briefkaart van 3 cent) Dordrecht 3-6-'40
Edelachtbare heer,
Ondergeteekende verzoekt U beleefd hem een onderhoud toe te staan, naar aanleiding van mijn fiets welke Donderdagmiddag 16 Mei j.l. ten behoeve der Duitsche Weermacht is weggehaald door Duitsche soldaten uit de fabriek, waar hij werkzaam is.
Daar het een splinternieuwe fiets betreft, hetgeen kan blijken uit de kwitantie verzoekt hij bij u beleefd te willen bevorderen, dat hij voor eenige schade vergoeding in aanmerking mag komen. Uw berichten dienaangaande tegemoetziende, verblijft hij
Hoogachtend, K. v. Dongen. Zuidendijk 93, Dordrecht.

- (Commissariaat van Politie)
Dordrecht, den 6 Juni 1940.
Onder terugzending van het schrijven van K. van Dongen, wonende alhier Zuidendijk 93, mij in handen gesteld bij Uwe apostille dd. 4 dezer, No. 1573, heb ik de eer UEdelAchtbare het volgend ontwerp-antwoord aan te bieden:
Naar aanleiding van Uw schrijven dd. 3 dezer, deel ik U mede dat door de Politie alhier, naar Uw rijwiel een onderzoek is ingesteld, doch dat zulks geen gunstig resultaat heeft opgeleverd. Indien Uw rijwiel alsnog mocht worden opgespoord, zal U dit onmiddellijk worden bericht.
DE COMMISSARIS VAN POLITIE

- (Gemeente Dordrecht)
   AAN den Heer K. van Dongen, Zuidendijk 93, DORDRECHT
   Dordrecht, 10 Juni 1940.
Naar aanleiding van Uw bovenaangehaald schrijven deel ik U mede dat door de Politie alhier naar Uw rijwiel een onderzoek is ingesteld, doch dat zulks geen gunstig resultaat heeft opgeleverd. Indien Uw rijwiel alsnog mocht worden opgespoord, zal U dit onmiddellijk worden bericht.
De BURGEMEESTER van DORDRECHT. Bleeker.

 

- Utrecht 27 Juni 1940
Edel Achtbare Heer,
Met dit schrijven richt ondergeteekende zich tot Uw met het beleefde verzoek of Uw hem eenige inlichtingen kan verstrekken.
Ondergeteekende verloor in de omgeving van Dordrecht en Dubbeldam op 12 Mei 1940 tijdens de gevechten aldaar zijn koffer inhoudende particuliere bezittingen o.a. ondergoed, overhemden, portefeuille met inhoud, deze koffer (bruine) was voorzien van label waarop naam en adres van de eigenaar, het verlies dezer eigendommen is zeer nadeelig voor ondergeteekende.
Hopend eenig bericht van Uw Edel Achtbare te mogen ontvangen.
Met de meeste hoogachting, Uw. dw. dn., A.B. van Driel, Ondiep 16 Utrecht

- (Commissariaat van Politie)
AAN den Heer A.B. van Driel, Ondiep 16 te Utrecht
Dordrecht, den 12 Juli 1940.
Ik heb de eer UEdelAchtbare, onder terugzending van het schrijven van A.B. VAN DRIEL, wonende Ondiep 16 te Utrecht, het volgend ontwerp-antwoord aan te beiden:
Naar aanleiding van Uw schrijven dd. 27 Juni j.l., deel ik U mede, dat de door UI vermiste koffer noch in deze gemeente noch in de gemeente Dubbeldam is aangetroffen.
DE COMMISSARIS VAN POLITIE

- (Gemeente Dordrecht)
Dordrecht, 16 Juli 1940
AAN den Heer A.B. van Driel, Ondiep 16 te Utrecht
Naar aanleiding van bovenaangehaald schrijven deel ik U mede, dat de door U vermiste koffer noch in deze gemeente noch in de gemeente Dubbeldam is aangetroffen.
De BURGEMEESTER van DORDRECHT. Bleeker.

 

- (Nederlandsche Roode Kruis)
  Onderwerp: ontvangbewijs
  Aan: burgemeester van Dordrecht
  's-Gravenhage, 22 Juli 1941
HERINNERING
Bij dezerzijds schrijven d.d. 14 Mei jl. No. 4767/41 N, deed ik U een koffertje met inhoud toekomen, mij toegezonden ten name van J. Derksen, Boogjes 11 rood te Uwent, met verzoek dit aan den rechthebbende te willen doen itreiken.
Bijgevoegd was tevens een ontvangbewijs, dat ingevuld en onderteekend werd terugverwacht.
Tot op heden werd dit ontvangbewijs echter niet ontvangen, in verband waarmede ik UEdelAchtbare beleefd moge verzoeken, de afdoening van de onderwerpelijke aangelegenheid wel te willen bespoedigen.
De Chef der Ie Afdeeling van het Informatie Bureau van het Nederlandsche Roode Kruis.
+
J. DERKSEN, Boogjes No. 11 rood, verblijft nog steeds in Duitschland, adres Kaserne Löwental bij Friedrichshafen a. Bodensee. Niettegenstaande reeds herhaalde malen door diens alhier wonende familie om een machtiging tot het in ontvangst nemen van bedoelde koffer met inhoud is verzocht heeft hij tot heden nog niet een dergelijk machtiging gezonden. Het is niet bekend wanneer hij alhier komt. Dordrecht, 24 Juli 1941. F. Houtman.

- (Gemeente Dordrecht, Postbus 8)
  Onderwerp: ontvangbewijs
  DORDRECHT, 25 Juli 1941.
  Aan: Roode Kruis
Naar aanleiding van Uw bvoenaangehaald schrijven heb ik de eer U te berichten, dat J. Derksen, Boogjes no. 11rood, nog steeds in Duitschland verblijft (adres Kaserne Löwental bij Friedrichshafen a. Bodensee). Niettegenstaande reeds herhaalde malen door zijn alhier wonende familieleden om een machtiging tot het in ontvangst nemen van bedoelde koffer met inhoud is verzocht, heeft hij tot heden een dergelijk machtiging nog niet gezonden. Het is niet bekend wanneer Derksen in deze gemeente terugkomt. 
Zoodra de koffer is uitgereikt zal het ontvangstbewijs U worden toegezonden.
De BURGEMEESTER van DORDRECHT. Bleeker.

 

- Dordrecht 5 November 1941
  C. Dickens, Voorstraat 185
W.E.A. Heer Burgemeester Dordrecht
Hiermede, vraagt Constant Dickens, winkelier, geboren te Hooge en Lage Zwaluwe 13 November 1896, wonende te Dordrecht Voorstraat 185, zeer beleefd welk de reden zijn, dat bij mij tien paar Rijwielhandkappen, zonder eenige reden en zonder een machtiging te tonen, in beslag word genomen. W.E. is het soms omdat ik Duitsch gezind ben?
C. Dickens, Voorstraat 185, Dordrecht

- (Commissariaat van Politie)
  Aan den Heer C. Dickens, Voorstraat 185, alhier
  Dordrecht, den 10 November 1941.
Onder terugzending der bijlage van Uwe apostille no. 3997 dd 6 dezer en onder bijvoeging van een rapport mijner administratie, heb ik de eer uEdelAchtbare het volgend ontwerp-antwoord aan te bieden:
Naar aanleiding van Uw bovenaangehaald schrijven del ik I mede, dat U blijkens een door de Politie alhier uitgebracht rapport, verdacht wordt van overtreding van de Prijsvoorschriften, terzake van welk feit proces-verbaal tegen U is opgemaakt. Te zijner tijd zult U zich daarvoor moeten verantwoorden bij den Inspecteur voor de Prijsbeheersching te 's-Gravenhage, door wien tevens uitspraak gedaan zal worden ten aanzien van de bij U inbeslaggenomen negen paren rijwiel-handkappen. Het behoort niet tot de taak van den Burgemeester zich met deze zaal te bemoeien.
DE COMMISSARIS VAN POLITIE
+
RAPPORT.
Ondergeteekenden, C. Bax, agent-majoor van Politie te Dordrecht en P. Bosma, controleur Landbouw Crisiswet 1933, hebben naar aanleiding van bijgaand schrijven, de eer UEdelAchtbare het navolgende te rapporteeren:
Op Woensdag 5 November 1941, is door opgemelde rapporteurs, naar aanleiding van een door P. Bosma voornoemd, op Dinsdag 4 November 1941, in den winkel van C. Dickens aan de Voorstraat 185 te Dordrecht, geconstateerde overtreding van de Prijzenbeschikking 1940 I; en naar aanleiding van een door Dickens aan het Hoofdbureau van Politie te Dordrecht, aan beide rapporteurs afgelegde verklaring, op Woensdag 5 November 1941, in diens winkel aan de Voorstraat te Dordrecht, een hoeveelheid paren handkappen zijnde 9 (negen) in getal, inbeslaggenomen.
Deze negen paren handkappen worden ter beschikking van den Heer Inspecteur voor de Prijsbeheersching in het ressort 's-Gravenhage, aan het Hoofdbureau van Politie te Dordrecht bewaard.
Proces-verbaal van deze overtreding, door Dickens begaan wordt door de rapporteurs voornoemd, opgemaakt.
Tervoorkoming van misverstand wordt door ons rapporteurs nog opgemerkt, dat het hier betreft niet 10 (tien) paar handkappen, doch 9 (negen) paar. Dordrecht, 8 November 1941.

- (Gemeente Dordrecht)
  Dordrecht, 13 November 1941.
  Aan den heer C. Dickens, Voorstraat 185 DORDRECHT
  Onderwerp: klacht
Naar aanleiding van Uw bovenaangehaald schrijven deel ik U mede, dat mij bij onderzoek is gebleken, dat U blijkens een door de Politie alhier uitgebracht rapport, verdacht wordt van overtreding van de Prijsvoorschriften, terzake van welk feit proces-verbaal tegen U is opgemaakt. Te zijner tijd zult U zich daarvoor moeten verantwoorden bij den Inspecteur voor de Prijsbeheersching te 's-Gravenhage, door wien tevens uitspraak gedaan zal worden ten aanzien van de bij U inbeslaggenomen negen paren rijwiel-handkappen. Het behoort niet tot de taak van den Burgemester zich met deze zaak te bemoeien.
De BURGEMEESTER van DORDRECHT. Bleeker.

- Dordrecht 14 November 1941.
C. Dickens, Voorstraat 185
W.E. Achtbare Burgemeester, Dordrecht
In antwoord op Uw schrijven van 13 November 1941 (no 4189), zend ik U hierbij ingesloten den in en verkoop van de Rijwiel handkappen.
Verlet politie Bureau, postzegels en brief schrijven niet gerekend.
Inkoop der minst kwaliteit handkappen f 2,25
Inkoop met onkosten
9 paar Rijwielhandkappen à f 2,25 = f 20,25
Vervoer f 0,50
O.B. Zegel f 0,60
Belasting 2 1/2 % van f 50,75 = f 1,32
3 jaar, om de 3 maanden opwrijven en poetsen = 12 x 2 uur à 60 cent per uur is 24 x 60 cent is f 14,40
3 jaar, om de veertien dagen afstoffen is 75 x 15 cent is f 11,25
Rente van inkoop f 20,25 à 4% = 3 x 81 ct is f 2,43
Inkoop met onkosten samen f 50,75.
Verkoop.
2 x f 3,75 = f 7,50
2 x f 5,50 = f 11
2 x f 6 = f 12
2 x f 7,50 = f 15
1 x f 7,50 = f 7,50 = samen f 53,00
VERKOOP f 53
INKOOP f 50,75 = winst f 2,25
Winst een paar handkappen f 2,25 : 9 = 25 cent
    C. Dickens, Voorstraat 185 Dordrecht 

- (Commissariaat van Politie)
  Dordrecht, den 18 November 1941.
Onder terugzending van de bijlage van Uwe apostille no. 4141 dd. 17 dezer, heb ik de eer UEdelAchtbare te adviseeren aan C. Dickens, wonende alhier aan de Voorstraat 185, te berichten, dat het kennis nemen van overtredingen van Prijsvoorschriften niet tot Uwe competentie behoort en dat U hem adviseert om te zijner tijd, wanneer zijn strafzaak behandeld wordt door den Inspecteur voor de Prijsbeheersching, verantwoording te doen van zijne handelwijze, terwijl verdere brieven over dit onderwerp in den vervolge terzijde gelegd zullen worden.
DE COMMISSARIS VAN POLITIE

- (Gemeente Dordrecht)
  Aan den Heer C. Dickens, Voorstraat 185, alhier
  ONDERWERP: Overtreding Prijsvoorschriften
Naar aanleiding van bovenaangehaald schrijven deel ik U mede, dat het kennis nemen van overtredingen van Prijsvoorschriften  niet tot mijn competentie behoort. Ik adviseer U te zijner tijd, wanneer Uw strafzaak behandeld wordt door den Inspecteur voor de Prijsbeheersching, verantwoording te doen van Uw handelwijze. Verdere brieven over dit onderwerp zullen in den vervolge terzijde gelegd worden.
De BURGEMEESTER van DORDRECHT. Bleeker.

 

- (Commissariaat van Politie)
Gouda, den 5 Juni 1940
Ik heb de eer Uedelachtbare het navolgende ter kennis te brengen.
Bij de gemeentepolitie te Gouda is in bewaring geweest een motorrijwiel B.M.W., gekenmerkt HZ-36452 hetwelk bleek toe te behooren aan het Electrische Bedrijf te Dordrecht.
Op 3 Juni 1940 is dit motorrijwiel afgegeven aan P. SCHRIER, lijnwerker bij genoemd bedrijf, die daarbij een verklaring van ontvangst teekende.
Volgens genoemden SCHRIER zou door de Nederlandsche militaire autoriteiten terzake van de vordering van bovenbedoeld motorrijwiel een vorderingsbon zijn afgegeven. Aangezien het Electrisch Bedrijf der gemeente Dordrecht thans weer in het bezit is van meergenoemd motorrijwiel, moge ik Uedelachtbare beleefd verzoeken om, indien de vorderingsbon betrekking heeft op een vordering in eigendom, zoodanige maatregelen te treffen, dat voorkomen wordt, dat zij aan het Rijk ter betaling wordt aangeboden.
DE COMMISSARIS VAN POLITIE (C. Hess)

- (Electriciteitsbedrijf der gemeente Dordrecht)
Dordrecht, 13 Juni 1940
Onderwerp: Motorrijwiel P. Schrier
Ondr terugzending van het schrijven dd. 5 Juni j.l. No. 1728 van het Commissiariaat van Politie te Gouda, welk schrijven mij bij Uw kantbeschikking No 1622 van 8 Juni j.l. om bericht en raad in handen werd gesteld, heb ik de eer uw College het volgende te berichten:
Zoowel het motorrijwiel als de vorderingsbon zijn beide in het bezit van het electriciteitsbedrijf.
Op de vorderingsbon heb ik aangeteekend, dat zij van onwaarde is omdat het gevorderde motorrijwiel van P. Schrier op 3 Juni 1940 is teruggegeven. Men behoeft niet te vreezen, dat de vorderingsbon aan het Rijk ter betaling zal worden aangeboden. Ik heb de eer U voor te stellen den heer Commisaris van Politie te Gouda overeenkomstig het bovenstaande te antwoorden.
DE DIRECTEUR.

- (Gemeente Dordrecht)
Dordrecht, 19 Juni 1940
AAN Commisaris van Politie te Gouda 
In antwoord op bovenaangehaald schrijven heb ik de eer U te berichten, dat zoowel het door uw bedoelde motorrijwiel als de vorderingsbon in het bezit van het electriciteitsbedrijf zijn. Op de vorderingsbon is aangeteekend, dat zij van onwaarde is, omdat het van P. Schrier gevorderde motorrijwiel op 3 Juni 1940 is teruggegeven. Er behoeft niet voor te worden gevreesd, dat de vorderingsbon aan het Rijk ter betaling zal worden aangeboden.
De BURGEMEESTER van DORDRECHT. Bleeker.

 

(P. van der Esch-Kreule, Reeweg 137, Dordrecht)
Dordrecht, 1 juli 1940
Aan den WeledelGeboren Heer J. Sanders,
Geachte Heer, Van den gewonden soldaat Lossie, woonachtig te den Haag, heb ik het verzoek gekregen of het Comité een onderzoek kan instellen naar zijn bezittingen in Moerdijk. Hij was daar sinds 4 dagen ingekwartierd bij Romme Steenweg 5. Zijn bezittingen waren o.a. prive ondergoed interlock, 2 overhemden, 1 p. nieuwe laarzen. Buitendien een nieuw accordeon merk Bascoso (pianokalvier). Zou het Comite zich tot den Burgemeester ter palatse willen wenden? namens Lossie bij voorbaat dank, Hoogachtend, P(aulina) v.d. Esch Kreule.

- (Gemeente Dordrecht)
  Dordrecht, 6 Juli 1940
  Aan den heer Burgemeester van Hooge en Lage Zwaluwe
  Onderwerp: inlichtingen
Met toezending van een schrijven van mevrouw P. van der Esch-Kreule, verzoek ik U beleefd mij omtrent het daarin genoemde geval inlichtingen te willen verstrekken.
De BURGEMEESTER van DORDRECHT. Bleeker.

- (gemeente Hooge en Lage Zwaluwe)
  Hooge Zwaluwe, den 9 Juli 1940
  Onderwerp: Onderzoek naar prive goederen
Na aanleiding van Uw schrijven d.d. 6 juli 1940 nr. 2218 en een daarbij gevoegd schrijven van mevrouw P. van der Esch-Kreule, heeft de burgemeester van Hooge en Lage Zwaluwe de eer U te berichten als dat bij J. ROMME, Steenweg 5 te Moerdijk en omgeving een onderzoek naar de goederen van den Soldaat Lossie is ingesteld. Nog bij Romme of elders waren dezen goederen aan wezig. Volgens verklaring van Romme zijn genoemde goederen vermoedelijk door Duitsche Militairen medegenomen.
De Burgemeester.

- (Gemeente Dordrecht)
   Dordrecht, 15 Juli 1940
   Aan mevr. P. van der Esch-Kreule, Reeweg (Oost) 137, Dordrecht
   Onderwerp: onderzoek
In antwoord op Uw bovenaangehaald tot den heer Sanders gericht, schrijven deel ik U mede, dat bij J. Romme, Steenweg 5 te Moerdijk een onderzoek is ingesteld naar de goederen van den soldaat Lossie.
De goederen waren daar echter volgens mededeeling van den Burgemeester der gemeente Hooge- en Lage Zwaluwe niet aanwezig en zouden vermoedelijk door Duitsche Militairen zijn medegenomen.
De BURGEMEESTER van DORDRECHT. Bleeker.

 

- (Eijgenraam's Autobedrijf, Vlaardingen)
Vlaardingen, 10 Juni 1944
Burgemeester & Wethouders van Dordrecht (aangeteekend)
Edelachtb. Heeren,
Hierdoor deel ik U beleefd mede, dat er dd. 9 dezer ten Uwent op het kruispunt Johan/Corn. de Witstraat, een aanrijding plaatsvond, te ca. 11 uur voormiddags, waarbij onze auto, die van rechts de Johan de Witstraat uitkwam, plotseling door den snel van links komende auto der Duitsche Politie (die uit de Corn. de Witstr. kwam) werd aangereden.
Alhoewel onze chauffeur daarbij zeer snel en heftig remde, kon niet worden voorkomen, dat mijn auto H 78568 schade beliep aan rechter vorspatscherm en bumper. Aangezien onze auto niet voor Wagenschade is verzekerd, verzoek ik U beleefd de noodige stappen te doen, teneinde deze schade, die naar schatting ca f 50 à f 60 zal beloopen, te doen herstellen. Politierapport is door een agent der Gem. Dordrecht opgemaakt, zoodat U alle gegevens ter beschikking staan. Kan eventueel genoegen worden genomen met inzending der reparatienota?
Uw berichten wachten wij gaarne en teekenen, Hoogachtend, v./H. Eijgenraam Az.

- (briefkaart 5 ct) Vlaardingen, 10.6.'44
betr.: aanrijding Duitsche Pol. auto met onze auto H 78568
Edelachtb. Heeren,
In vervolg op ons aangeteekend schrijven van heden, deelen wij U nog mede, dat niet het rechter doch vanzelfsprekend het linker-voorspatscherm van onze auto werd beschadigd. In ons schrijven is n.l. abuisievelijk vermeld: rechter voorspatscherm.
Inmiddels, Hoogachtend, H. Eijgenraam Az.

- (Politie Dordrecht)
  Dordrecht, 14 Juni 1944, letter F, no AH VI 9 bijl. 2.
  Aan den Heer Burgemeester van Dordrecht
Onder terugzending van het mij bij Uwe apostille nr. 1759 dd. 13 dezer in handen gestelde schrijven van Eijgenraam's Autobedrijf, gevestigd te Vlaardingen, Schiedamscheweg 62, met bijlage, heb ik de eer UEdelAchtbare te adviseeren aan adressant te berichten, dat hij zich ter bekoming van schadevergoeding kan wenden tot de Ortskommandantur alhier. Het komt mij gewenscht voor adressant er op opmerkzaam te maken, dat voertuigen van de Duitsche Weermacht onder alle omstandigheden recht van voorrang hebben, zoodat een eventueel in te dienen verzoek niet van nut zal zijn.
De plv. Korpschef van Politie, de Kapitein (Ad.J. Verlooij)

- (Gemeente Dordrecht)
Dordecht. 19 Junij 1944.
Onderwerp: aanrijding
AAN Eijgenraam's Autobedrijf, Schiedamscheweg 62, Vlaardingen
Naar aanleiding van Uw bovenaangehaald schrijven deel ik U, op grond van een mij uitgebracht rapport mede, dat U zich ter bekoming van schadevergoeding dient te wenden tot de Ortskommandantur alhier. Ik merk U echter op, dat voertuigen van de Duitsche Weermacht onder alle omstandigheden recht van voorrang hebben, zoodat een verzoek om vergoeding wellicht geen succes zal opleveren.
De BURGEMEESTER van DORDRECHT.  J.G. van Houten.

 

- Utrecht 26 Aug. 1940.
Aan den Hoogedelachtbare Heer Burgemeester te Dordrecht.
Hooged. achtbare Heer.
Ondergeteekende L.W. van Eijkelenborg is vanaf 9 t/m 24 Mei '40 onder de wapenen geweest en heeft gelegen in de school Betje Wolfstraat. Toen hij echter 24 Mei in bovengenoemde school terug kwam, waren al zijn bezittingen verdwenen, o.a. portefeuille met foto's, monsterboekje groote vaart met foto, naam en adres, 2 stel ondergoed, 2 pijama's en 3 paar sokken, verbandtrommel en toilletartikelen, dit alles was in een bruinen koffer. Nu vraagt hij uEd achtbare beleefd inlichtingen of aanwijzingen waar deze goederen zijn of hoe hij daarvan weer in het bezit kan komen.
UEd achtbare bij voorbaat dank zeggend teekent hij met de meeste hoogachting,
L.W. van Eijkelenborg, A'damschestraatweg 126 bis, Utrecht

- (Commissariaat van Politie)
Dordrecht, den 2 September 1940.
Onder terugzending van het schrijven van L.W. van Eijkelenborg, wonende te Utrecht, Amsterdamschestraatweg 126 bis, mij in handen gesteld bij Uwe apostille dd. 29 Augsutus 1940, Nr. 2783, heb ik de eer UEdelAchtbare het volgende mede te deelen:
Adressant, die tijdens de oorlogsdagen onder de wapenen was en gelegerd is geweest in de school aan de Betje Wolfstraat alhier, verzoekt opsoring van een bruinen koffer met goederen, welke hij in dat gebouw heeft achter gelaten.
In de school, welke na het verlaten door de Hollandsche militairen, is bezet geworden door Duitsche soldaten en later weer ingebruik genomen door eigen troepen, is bedoelde koffer niet aangetroffen; van den inventaris der school is veel verbrand; het onderzoek heeft overigens ook geen resultaat opgeleverd.
Teneinde eventueel in aanmerking te kunnen komen voor schadevergoeding, zou verzoeker bijgaanden staat behooren in te vullen en op te zenden naar den Commandant Afdeeling I, 13e Korps van den Opbouwdienst, Bosboom Toussaintstraat te Dordrecht.
Ik moge U adviseeren adressant overeenkomstig in te lichten onder toezending van bijgaande lijst.
De Commissaris van Politie.

- (gemeente Dordrecht)
Dordrecht, 5 September 1940.
Aan den heer L.W. van Eijkelenborg, Amsterdamschestraatweg 126 bis, Utrecht
Onderwerp: Inlichtingen
Naar aanleiding van bovenaangehaald schrijven bericht ik U, dat het onderzoek naar den door U vermisten koffer met goederen geen resultaat heeft opgeleverd. Indien U in aanmerking wenscht te komen voor schadevergoeding, dient U bijgaanden formulier in te vullen en te zenden aan den Commandant Afdeeling I, 13e Korps van den Opbouwdienst, Veerdam 22 te Papendrecht.
De BURGEMEESTER van DORDRECHT.  Bleeker.

 

- (Nederlandsche Roode Kruis)
   's-Gravenhage, 3 Juni 1941
   Onderwerp: goederen van C.P. Franken
Naar aanleiding van een bezoek aan mijn bureau van den gewezen asp. reserve officier C.P. Franken, die mijn bemiddeling inriep voor de opsporing van door hem tijdens de oorlogsdagen verloren goederen, moge ik UEdelachtbare beleefd verzoeken terzake wel Uw gewaardeerde medewerking te willen verleenen.
Bedoelde goederen zouden bestaan uit studieboeken op technisch gebied, een leeren koffer met ondergoed, alsmede een rijwiel en zouden zijn achtergelaten in de Pontonnierskazerne te Uwent welke later zou zijn bezet door militairen van de lichte divisie (wielrijders).
Beleefd moge ik U verzoeken terzake wel een onderzoek te willen doen instellen en mij van het resultaat daarvan eenig bericht te doen toekomen.
De Chef der Ie Afdeeling van het Informatie Bureau van het Nederlandsche Roode Kruis.

- (Commissariaat van Politie)
Dordrecht, den 29e Juni 1941.
Met terugzending van het schryven van den Chef der Ie Afdeeling van het Informatie Bureau van het Nederlandsche Roode Kruis te 's-Gravenhage, my geworden by Uwe apostille dd. 5 dezer, Nr. 2015, heb ik de eer UEdelAchtbare het volgend ontwerp-antwoord aan te biedeb:
"Naar aanleiding van Uw schryven dd. 3 dezer, No. 5369/41, deel ik U mede dat omtrent de door den gewezen asp. reserve-officier C.P. Franken in de Pontonnierskazerne alhier, gedurende de oorlogsdagen achtergelaten goederen niets is kunnen blyken".
De Commissaris van Politie.

- (Gemeente Dordrecht, Postbus 8)
  Dordrecht, 13 Juni 1941.
  Aan Chef der Ie Afdeeling van het Informatie Bureau van het Nederlandsche Roode Kruis te 's-Gravenhage
  Onderwerp: Goederen van C.P. Franken
Naar aanleiding van Uw bovenaangehaald schrijven deel ik U mede, dat omtrent de door den gewezen asp. reserve-officier C.P. Franken in de Pontonnierskazerne alhier, gedurende de oorlogsdagen achtergelaten goederen niets is kunnen blyken.
De BURGEMEESTER van DORDRECHT.  Bleeker.

 

- (Commissariaat van Politie)
   Dordrecht, den 17 Juni 1940
Edelachtbare Heer,
Geeft eerbiedig te kennen:
van de Graaf Jr, Otto Cornelis, van beroep vrachtrijder (chauffeur), wonende Matena'spad 40rd te Dordrecht.
dat hij op 10 Mei jl. des morgens om c.a. 6.30 uur rijdende met zijn open vrachtauto H 93446 nabij de Dokbrug, voor het afgeven in opdracht van Gemeente werken, van een partij gereedschappen o.a. schoppen enz aan de bij de oude Maasbrug gelegerde Nederlandsche militairen door Duitsche militairen werd overvallen, die hem gelastten zijn auto te verlaten en vervolgens op dezen auto beslag legden.
dat op 15 Mei d.a.v. deze auto, aan den ingang van het Spoordok, geheel uitgebrand is teruggevonden.
dat hem door de Duitsche autoriteiten geen enkel bewijs van in beslagname van genoemde auto, is afgegeven en hij dit (later) ook niet heeft kunnen verkrijgen.
dat hij met deze auto, voornamelijk in dienstverband bij Gemeente Werken, alhier, zijn inkomsten verkreeg.
dat meergenoemde auto bij de inbeslagname, een waarde vertegenwoordigde van f 1200
dat adressant, als klein baasje, deze schade zeer moeilijk kan dragen.
dat hij van de inbeslagname nog denzelfden morgen heirvan aangifte bij den Heer Commissaris van Politie te dezer stede heeft gedaan.
dat bedoelde auto aan de volgende kenmerken was voorzien: H 93226, Ford, benzinemotor, 4 cylinders, open vrachtwagen, hydraulische kipinrichting, luchtbanden, motor no AA 4237142, chassisno AA 4237142, eigen gewicht 2533 kg;
dat hij UEd beleefd verzoekt, bij eventueele schaderegeling ook hem daarin te willen opnemen
dat aangezien momenteel op de veemarkt een gehavende en daardoor buiten bedrijf gestelden legerauto Chevrolet met oranje nummerbord met het nummer 6559 staat geborgen (eveneens utigevoerd met kipinrichting) hij UEd meent te mogen voorstellen of hem deze wagen, in de plaats van den verloren gegane, zou kunnen worden toegewezen.
dat genoemde Chevrolet nr. 6559  nagenoeg overeenkomt met de bedrijfstoestand als van zijn gewezen Ford auto;
dat hij zich jiermede weder inkomsten zou kunnen verzekeren, derhalve hij hieraan boven geldelijke tegemoetkoming gaarden de voorkeur zou geven.
Redenen waarom hij UEd beleefd verzoekt dit adres in welwillende overweging te willen nemen.
  Hoogachtend, O.C. v.d. Graaf Jr, Matena'spad 40rood
  Dordrecht 4-6-1940

- (Commissariaat van Politie)
Dordrecht, den 17 Junij 1940
Onder terugzending van het schrijven van O.C. van de Graaf Jr, wonende alhier Matena'spad No.40 rood, mij geworden bij Uwe apostille dd. 5 dezer, No. 1593, heb ik de eer UEdelAchtbare het volgend ontwerp-antwoord aan te bieden:
Naar aanleiding van Uw Schrijven dd 20 Junij 1940 deel ik U mede dat de door U bedoelde vrachtauto, blijkens daarin gevonden papieren, het eigendom blijkt te zijn van een firma te Deventer, die bereids met de vondst in kennis is gesteld. Mijn bemideling om U in het bezit te doen stellen van dat motorrijtuig, kan ik niet verleenen.
Op welke wijze Uw vrachtauto verbrand is, is niet nagegaan kunnen worden.
De Commissaris van Politie.

- (Gemeente Dordrecht)
Dordrecht, 20 Juni 1940.
AAN den heer O.C. van de Graaf Jr, Matena'spad 40rood, DORDRECHT
Onderwerp: ingebruikneming vrachtauto.
Naar aanleiding van Uw bovenaangehaald schrijven deel ik U mede, dat de door U bedoelde vrachtauto, blijkens daarin gevonden papieren, het eidengom blijkt te zijn van een firma te Deventer, die bereids met de vondst in kennis is gesteld. Mijn bemiddeling om U in het bezit te doen stellen van dat motorrijtuig, kan ik niet verleenen. Op welke wijze Uw vrachtauto verbrand is, is niet nagegaan kunnen worden.
De BURGEMEESTER van DORDRECHT.  Bleeker.

 

- (Gemeentebestuur van Hengelo (O))
  Aan den Heer Burgemeester der gemeente Dordrecht
  HENGELO (O.), 22 Mei 1940.
Door deze veroorloof ik mij Uw bemiddeling in te roepen voor het navolgende:
Op 10 Mei j.l. is in de Marnixstraat in Uw gemeente gesneuveld de militair A.H. Groothuis uit deze gemeente. Hij deed dienst als chauffeur met zijn eigen auto, Chevrolet de Luxe 1939, nummerbewijs E 20155, motornummer 1954713, chassisnummer 931-11 (geen militair nummer). Men weet niet wat er met deze auto geschied is. Indien hiertoe voor U een mogelijkheid bestaat om inlichtingen te verschaffen, dan zoudt U hiermede de familie Groothuis alhier zeer aan U verplichten.
De Burgemeester van Hengelo.

- (Commissariaat van Politie)
Dordrecht, den 30 Mei 1940.
Onder terugzending van het schrijven van den Burgemeester van Hengelo (O) dd 22 dezer, Afd. I No. 2958, mij geworden bij Uwe apostille dd. 25 dezer, No. 1426, heb ik de eer UEdelAchtbare het volgend ontwerp-antwoord aan te bieden:
"Naar aanleiding van Uw schrijven dd. 22 dezer, Afd. I, No. 2968, heb ik de eer UEdelAchtbare te berichten, dat de door U bedoelde auto, niet in deze gemeente is aangetroffen".
De Commissaris van Politie.

- (GEMEENTE DORDRECHT)
Dordrecht, 1 Juni 1940.
Naar aanleiding van Uw bovenaangehaald schrijven heb ik de eer U te berichten, dat de door U bedoelde auto, niet in deze gemeente is aangetroffen.
De BURGEMEESTER van DORDRECHT.  Bleeker.

Personalia
Achternaam Groothuis     
Voornamen Arend Herman Voorletters A.H. 
Rang Sold.     
Mil. onderdeel 2-I-17 R.A.     
Geboorteplaats Hengelo (Ov) Geboortedatum 01-11-1905 
Overlijdensplaats Dordrecht Overlijdensdatum 11-05-1940 
Begraafplaats 
 Gem. Begraafplaats Essenhof te Dordrecht (meer informatie) 
Gemeente Dordrecht  
Provincie Zuid-Holland 
Land Nederland 
Vak N 
Rij 2 
Nummer 10 
(www.ogs.nl)
(http://www.zuidfront-holland1940.nl/index.php?page=groothuis-a-h)

 

 

- (Nederlandsche Roode Kruis)
  's-Gravenhage, 6 Juni 1941.
  Onderwerp: goederen van H. du Cloo
Dezer dagen vervoegde zich aan mijn bureau Mejuffrouw M.A. de Geus, verloofde van den ten uwent gesneuvelden sergt. H. du Cloo, die mijn bemiddeling inriep voor de opsporing van de nog van genoemden militair vermiste goederen.
Aan mijn bureau werden ten name van Du Cloo voornoemd slechts een vulpen, een bos sleutels, een pijpje, een zakkam en een bedrag van f 7,50 ontvangen, alsmede een blocnote welke laatste mij werd teogezonden als afkomstig van een onbekend militair.
Volgens de verloofde zou echter, behalve een gladde gouden ring in ieder geval nog een horloge aanwezig moeten zijn.
Reeds eenige malen vervoegde zich bij de familie een zekere heer Tasch, wonende Baliestraat 57 ten Uwent, die aanbood in dezen hulp te verleenen, indien hem een zeker bedrag werd ter hand gesteld. Deze heer Tasch zou aan de familie hebben verklaard, dat de gesneuvelde inderdaad een polshorloge droeg, welke verklaring hij later weer zou hebben ingetrokken.
Beleefd moge ik UEdelachtbare verzoeken terzake wel een onderzoek te willen doen instellen en mij vna het resultaat daarvan eenig bericht te doen toekomen.
De Chef der Ie Afdeeling van het Informatie Bureau van het Nederlandsche Roode Kruis.

- (Commissariaat van Politie)
Dordrecht, 23sten Juni 1941.
Ik heb de eer UEdelAchtbare, onder terugzending van het schryven van den Chef der Ie Afdeeling van het Informatie Bureau van het Nederlandsche Roode Kruis te 's-Gravenhage, my geworden by Uwe apostille dd. 10 dezer, Nr. 2065, het volgend ontwerp-antwoord aan te bieden:
"Naar aanleiding van Uw schryven dd. 6 dezer, No. 5515/41-N, deel ik U mede, dat Aart Joost Tas, oud 50 jaar, koopman, wonende alhier Sumatrastraat 57, op 13 Mei 1940 als Onder-Officier in de Baliestraat alhier, een gesneuvelden militair heeft zien liggen, die later bleek genaamd te zyn du Cloo. Toen Tas daar kwam, zag hy, dat een militair arts een boekje uit de kleeding van dien militair haalde en kwam gemelde naam in dat boekje voor. By die gelegenheid zag Tas, dat du Cloo een ring en een armbandhorloge droeg. Tas heeft verder geen aandacht aan du Cloo geschonken, doch las later een bericht in een courant omtrent het overlyden van du Cloo. Aangezien Tas du Cloo op straat had zien liggen, heeft hy de ouders van du Cloo opgezocht te Rotterdam, aan wie hij de plaats heeft aangewezen, waar hun zoon was gesneuveld. De verloofde van du Cloo, genaamd M.A. de Geus, oud 21 jaar, wonende te Rotterdam, Olmendaal 173, heeft desgevraagd te kennen gegeven, dat Tas niet om geld heeft gevraagd en dat geen ring van haar verloofde zoek is; alleen het horloge is spoorloos.
Uit niets is kunnen blyken, ook niet uit een in de woning ingesteld onderzoek, dat tas voornoemd, zich aan diefstal van bedoeld horloge of andere goederen heeft schuldig gemaakt".
De Commissaris van Politie.

- (GEMEENTE DORDRECHT)
Dordrecht, 27 Juni 1941.
Aan den Heer Chef der Ie Afdeeling van het Informatie Bureau van het Nederlandsche Roode Kruis, Zwarteweg 75, 's Gravenhage.
Naar aanleiding van Uw bovenaangehaald schrijven deel ik U mede, dat Aart Joost Tas, oud 50 jaar, koopman, wonende alhier Sumatrastraat 57, op 13 Mei 1940 in de Balistraat alhier een gesneuvelden militair heeft zien liggen, die later bleek genaamd te zijn du Cloo
Toen Tas daar kwam, zag hij, dat een militair arts een boekje uit de kleeding van dien militair haalde en kwam gemelde naam in dat boekje voor. Bij die gelegenheid zag Tas, dat du Cloo een ring en een armbandhorloge droeg. Tas heeft verder geen aandacht aan du Cloo geschonken, doch las later een bericht in een courant omtrent het overlijden van du Cloo. Aangezien Tas du Cloo op straat had zien liggen, heeft hij de ouders van du Cloo opgezocht te Rotterdam, aan wie hij de plaats heeft aangewezen, waar hun zoon was gesneuveld.
De verloofde van du Cloo, genaamd M.A. de Geus, oud 21 jaar, wonende te Rotterdam, Olmendaal 173, heeft desgevraagd te kennen gegeven, dat Tas niet om geld heeft gevraagd en dat geen ring van haar verloofde zoek is; alleen het horloge is spoorloos verdwenen.
Uit niets is kunnen blijken, ook niet uit een in de woning ingesteld onderzoek, dat Tas voornoemd zich aan diefstal van bedoeld horloge of van andere goederen heeft schuldig gemaakt.
De BURGEMEESTER van DORDRECHT.  Bleeker.

Personalia
Achternaam Cloo Tussenvoegsels du
Voornamen Huibert Voorletters H.
Rang Sergt
Mil. onderdeel 2- C. Torp.
Geboorteplaats Fijnaart Geboortedatum 12-03-1919
Overlijdensplaats Dordrecht Overlijdensdatum 12-05-1940
Begraafplaats
Gem. Begraafplaats Essenhof te Dordrecht (meer informatie)
Gemeente Dordrecht
Provincie Zuid-Holland
Land Nederland
Vak N
Rij 1
Nummer 2

 

 

- (Nederlandsche Roode Kruis)
  's-Gravenhage, 15 Juni 1941.
  Onderwerp: goederen van J. Goossens
Bijgaand doe ik UEdelachtbare toekomen een afschrift van het schrijven van den gewezen dpl J. Goossens d.d. 17 Mei j.l., naar den inhoud waarvan kortheidshalve verwezen moge worden.
Aangezien tot op heden aan mijn bureau ten name van den dpl Goossens voornoemd, geenerlei goederen werden ontvangen, verzoek ik U beleefd terzake wel een onderzoek te willen doen instellen en mij van het resultaat daarvan eenig bericht te doen toekomen.
De Chef der Ie Afdeeling van het Informatie Bureau van het Nederlandsche Roode Kruis.
+
AFSCHRIFT.
Clinge, 17 Mei 1941.
Mijnheer, gebruik makens van uw publicatie in de pers, veroorloof ik mij u te berichten, dat ik gedurende de oorlogsdagen in Dordrecht, wijk Krispijn, verschillende particuliere bezittingen heb moeten achterlaten. Afgezien van enkele stellen ondergoed, behoort hiertoe een portefeuille, waarin een serie foto's en brieven, alsmede een vulpen, op het bezit waarvan ik zeer veel prijs stel.
Deze atikelen bevonden zich in een rijwiel foudraal, zooals deze gebruikt werden door de Wielrijders, bij welk wapen ik gediend heb.
Ter herkenning deel ik u mede dat zich in de portefeuille een kaartje bevindt, ten name van een zekere Halfliet te St. Nicolaas (Belg.). Op een der groepsfoto's is op den voorgrond een bord zichtbaar waarop: Mobilisatie 1939 bbd. A. Stad II-q Rw.
Het meerendeel der brieven is onderteekend door "Nelly".
Wellicht bevinden zich deze artikelen onder Uwe berusting en zoudt u mij ten zeerste verplichten door mij zulks te willen mededeelen.
Inmiddels uw dw dn, w.g. J. Goossens, Gravenstraat B83 Clinge (Zld)

- (Commissariaat van Politie)
Dordrecht, den 23sten 1941.
Ik heb de eer UEdelAchtbare, onder terugzending van het schryven van den Chef der Ie Afdeeling van het Informatie Bureau van het Nederlandsche Roode Kruis te 's-Gravenhage met bylage, my geworden by Uwe apostille dd. 19 dezer, Nr. 2177, het volgend ontwerp-antwoord aan te beiden:
Naar aanleiding van Uw schrijven dd. 15 dezer No. 5907/41, deel ik U mede dat van de door dpl. J. Goossens gedurende de oorlogsdagen in deze gemeente verloren geraakte goederen niets bekend is; het is niet meer na te gaan waar deze zyn gebleven.
De Commissaris van Politie.

- (GEMEENTE DORDRECHT)
   Dordrecht, 27 Juni 1941.
   Onderwerp: Goederen van J. Goossens.
Aan Chef der Ie Afdeeling van het Informatie Bureau van het Nederlandsche Roode Kruis te 's-Gravenhage, Zwarteweg 75.
Naar aanleiding van Uw bovenaangehaald schrijven deel ik U mede, dat van de door den dpl. J. Goossens gedurende de oorlogsdagen in deze gemeente verloren geraakte goederen niets bekend is; het is niet meer na te gaan waar deze zijn gebleven.
De BURGEMEESTER van DORDRECHT.  Bleeker.

 

- (Nederlandsche Roode Kruis)
   's-Gravenhage, 30 October 1940.
   Onderwerp: vermiste goederen van J. Heerebout
Naar aanleiding van een schrijven van den dpl J. Heerebout, gericht aan de Nationale Vereeniging tot Steun aan Miliciens (STAMIL), ter verdere behandeling aan mijn bureau toegezonden, waarin hij om schadevergoeding verzoekt voor de door hem tijdens de oorlogsdagen vermiste goederen, moge ik UEdelachtbare beleefd verzoeken wel Uw gewaardeerde medewerking te willen verleenen om na te gaan of deze goederen inderdaad verloren zijn gegaan.
Bedoelde goederen zouden bestaan uit een koffer, inhoudende twee stel nieuw ondergoed, twee overhemden, waarvan een nieuw, drie handdoeken, zes zakdoeken, een paar schoenen, een portefeuille met inhoud, scheergerei en verdere gebruiksartikelen en zouden zijn achtergelaten bij het Ie Depot Com. Pontinniers, Kamer 16, ten Uwent, alwaar de dpl J. Heerebout het laatst gelegerd is geweest.
Beleefd moge ik U verzoeken terzake wel een onderzoek te willen doen isntellen en mij van het resultaat daarvan eenig bericht te doen toekomen
De Chef der Ie Afdeeling van het Informatie Bureau van het Nederlandsche Roode Kruis.

- (Commissariaat van Politie)
Dordrecht, den 6 November 1940.
Ik heb de eer UEdelachtbare, onder terugzending van het schrijven van het Informatie-bureau van het Ned. Roode Kruis te 's-Gravenhage, mij in handen gesteld bij Uwe apostille dd. 4 dezer, Nr. 3821, het volgend ontwerp-antwoord aan te bieden:
Naar aanleiding van Uw schrijven van dd. 30 October l.l., No. 8715 N, deel ik U mede, dat blijkens verkregen inlichtingen van het Regelingsbureau van het Korps Pontonniers en Torpedisten alhier, het Ie Depot Comp. Pontonniers, waartoe de dpl. J. Heerebout heeft behoord, is gekazerneerd geweest in het schoolgebouw aan de Betje Wolfstraat alhier.
Het is niet na te gaan of Heerebout voornoemd, in dat gebouw inderdaad een koffer met inhoud is kwijt geraakt.
Evenwel is direct na den inval het gebouw door het bezettingsleger bezet geworden en was het geheel ontruimd, toen Nederlandsche soldaten het weer konden betrekken. Waar de in dat gebouw aanwezig geweest zijnde goederen zijn gebleven, is niet kunnen blijken.
De Commissaris van Politie.

- (GEMEENTE DORDRECHT)
   Dordrecht, 9 November 1940.
AAN Nederlandsche Roode Kruis
Naar aanleiding van Uw bovenaangehaald schrijven deel ik U mede, dat blijkens verkregen inlichtingen van het Regelingsbureau van het Korps Pontonniers en Torpedisten alhier, het Ie Depot Comp. Pontonniers, waartoe de dpl. J. Heerebout heeft behoord, is gekazerneerd geweest in het schoolgebouw aan de Betje Wolfstraat alhier. Het is niet na te gaan of Heerebout voornoemd, in dat gebouw inderdaad een koffer met inhoud is kwijt geraakt.
Evenwel is direct na den inval het gebouw door het bezettingsleger bezet geworden en was het geheel ontruimd, toen Nederlandsche soldaten het weer konden betrekken. Waar de in dat gebouw aanwezig geweest zijnde goederen zijn gebleven, is niet kunnen blijken.
De BURGEMEESTER van DORDRECHT.  Bleeker/J. Sanders.

 

- (Nederlandsche Roode Kruis)
   's-Gravenhage, 20 Februari 1941.
  Onderwerp: goederen van P. Herrema.
Naar aanleiding van een schrijven van den dpl. P. Herrema, gericht aan de Nationale Vereeniging tot Steun aan Moliciens (STAMIL), Afd. Friesland, te Leeuwarden, ter verdere verhandeling aan mijn bureau toegezonden, waarin hij om schadevergoeding verzoekt voor de door hem tidjens de oorlogsdagen vermiste goederen, moge ik UEdelachtbare beleefd verzoeken wel Uw gewaardeerde medewerking te willen verleenen om na te gaan of deze goederen inderdaad verloren zijn gegaan.
Bedoelde goederen zouden bestaan uit een koffer inhoudende een paar schoenen, een paar beenkappen, een dameshorloge, een overhemd, een boezeroen, vier paar zwarte wollen sokken, zes witte en vier roode zakdoeken, een compleet scheerapparaat, een wollen hemd, een wollen onderbroek, een pullover met korte mouwen en twee handdoeken, en zouden zijn achtergelaten in de villa "Weizicht" en het Koelhuis [=koetshuis] Krispijnscheweg ten Uwent, alwaar de dpl. Herrema voornoemd het laatst gelegerd is geweest.
Beleefd moge ik U verzoeken ter zake wel een onderzoek te willen doen instellen en mij van het resultaat daarvan eenig bericht te doen toekomen.
De Chef der Ie Afdeeling van het Informatie Bureau van het Nederlandsche Roode Kruis.

- (Commissariaat van Politie)
Dordrecht, den 5 Maart 1941.
Onder terugzending van het schryven van het Informatie-bureau van het Roode Kruis te 's Gravenhage, my in handen gesteld by Uwe apostille dd. 24 Februari jl. No. 702, heb ik de eer UEdelachtbare mede te deelen, dat van de goederen, welke in de villa "Weizicht" en het daarbij behoorende koetshuis door Nederlandsche militairen zijn achtergelaten niets is overgebleven. Het is niet bekend waar deze goederen zijn gebleven. Bij het binnenrukken van deze stad door de Duitsche militairen is genoemde villa onmiddellijk door dezen bezet geworden.
Ik bied U het volgend ontwerp-antwoord aan:
In antwoord op Uw schrijven dd. 20 Februari jl. No. 1668/41 N, heb ik de eer U mede te deelen, dat de goederen, welke in de villa Weizicht en in het koetshuis aan den Krispijnscheweg alhier in de oorlogsdagen door Nederlandsche militairen zijn achtergelaten alle zijn verdwenen. Het is niet bekend, waar deze goederen terecht zijn gekomen. Na het binnenrukken van de Duitsche troepen is dit pand onmiddellijk door dezen bezet.
Het onderzoek naar de goederen van den dienstplichtige P. HEREMA heeft geen resultaat opgeleverd.
De Commissaris van Politie.

- (GEMEENTE DORDRECHT)
...
De BURGEMEESTER van DORDRECHT.  Bleeker

 

- (P.M. van Hiele Jr, Rio Grandelaan 36, Overveen)
Overveen, 14 Juni 1940.
Aan de Gemeentesecretaris van Dordrecht.
Mijne Heren, Tussen 10 en 14 Mei zijn tijdens ons oponthoud in het Oranje Hotel uit de rijwielstalling aldaar verdwenen onze rijwielen. Het waren:
Een damesrijwiel 'Burgers' No 92595
Eern herenrijwiel 'Both', model H 1, 24 No 15459, het was voorzien van een zadeldek van bruine kleur, gemaakt van een dameskous.
Vermoedelijk zijn deze rijwielen door militairen meegenomen in de ochtend van 13 Mei. Gaarne zouden wij vernemen, of deze rijwielen ergens teruggevonden zijn.
In afwachting, Hoogachtend, P.M. van Hiele Jr.

- (Commissariaat van Politie)
Dordrecht, 20 Juni 1940.
Onder terugzending van het schrijven van P.M. van Hiele Jr, wonende Rio Grandelaan 36 te Overveen, mij geworden bij Uwe apostille dd. 17 dezer, No. 1760, heb ik de eer UEdelachtbare het volgend ontwerp-antwoord aan te bieden:
Naar aanleiding van Uw schrijven dd. 14 dezer deel ik U mede, dat het Politie-onderzoek naar de door U vermiste rijwielen geen gunstig resultaat heeft opgeleverd. Mochten zij nog worden gevonden, dan zal U onmiddellijk worden bericht.
De Commissaris van Politie.

- (GEMEENTE DORDRECHT)
   Dordrecht, 25 Juni 1940.
   AAN den Heer P.M. van Hiele Jr, Rio Grandelaan 36 te Overveen
Naar aanleiding van Uw bovenaangehaald schrijven deel ik U mede, dat het Politie-onderzoek naar de door U vermiste rijwielen geen gunstig resultaat heeft opgeleverd. Mochten zij nog worden gevonden, dan zal U onmiddellijk worden bericht.
De BURGEMEESTER van DORDRECHT. Bleeker.

 

- (Gemeente Kerkwerve)
  Kerkwerve, 30 November 1940.
  Onderwerp: Motorrijwiel toebehoorende aan G. van den Hoek te Kerkwerve
Gedurende de oorlogsdagen van Mei l.l. is ten Uwent gewond geraakt de dienstplichtige Gerrit van den Hoek, geboren 3 April 1919, behoord hebbende tot het Korps Pontonniers & Torpedisten, gelegerd in de Benthein-kazerne. Genoemden van den Hoek was in het bezit van een motorrijwiel: merk Union, benzine-tank chrcom nikkel, zwart boven Union, merk met rood, koplamp zilver, uitlaat 2 stuks, duo met stelveer (zweefduo), motorno, A.A.A. 14355, frame no. 170897, provinciaal letter en no. K 15792. Het motorrijwiel was particulier bezit en moest door hem wegens de opgeloopen verwondingen worden achtergelaten.
Beleefd verzoek ik U mij, indien mogelijk, inlichtingen over bovenbeschreven motorrijwiel te verschaffen.
DE BURGEMEESTER VAN KERKWERVE

- (Commissariaat van politie Dordrecht)
Dordrecht, den 9 December 1940.
Ik heb de eer UEdelAchtbare, onder terugzending van het schrijven van Uwen ambtgenoot van Kerkwerve, d.d. 30 November j.l., No. 11.2/47, mij geworden bij Uwe apostille dd. 4 dezer, No. 4305, het volgend ontwerp-antwoord aan te bieden:
"Naar aanleiding van Uw schrijven dd. 30 November j.l. No. 11.2/47, heb ik de eer UEdelAchtbare te berichten dat het onderzoek naar het door Gerrit van den Hoek, in de Benthien Kazerne alhier vermiste motorrijwiel, niets heeft opgeleverd".
De Commissaris van Politie.

- (Gemeente Dordrecht)
   Onderwerp: Motorrijwiel toebehoorende aan G. van den Hoek te Kerkwerve
   AAN den Heer Burgemeester van KERKWERVE Postadres Zierikzee
Naar aanleiding van Uw bovenaangehaald schrijven hen ik de eer U te berichten, dat het onderzoek naar het door Gerrit van den Hoek, in de Benthien Kazerne alhier vermiste motorrijwiel, geen resultaat heeft opgeleverd.
DE BURGEMEESTER VAN DORDRECHT. Bleeker.

 


- (Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei, Arbeitsbereift Niederlande)
Rotterdam., den 4.9.41
  An den Hernn Bürgermeister in Dordrecht
  Betrifft: Kriegsschaden des Schiffers Johann Hohenbildt auf Kehn "Keo 49".
Während der maitage 1940 lag der obengenannte Schiffer mit seinem Schiff gegebüber der Bentheimer Kaserne in Dordrecht. Der Schiffer H. war während der kriegstage in der genannten Kaserne interniert. Bei den Kampfhandlungen wurde sein Radio-Apparat vernichtet.
Als Zeugen gibt er den niederländischen Kommandanten der Kaserne im Range eines Majors auf.
Ich bitte Sie um Feststellung des Namens dieses Kommandanten und seines jetzigen Aufenthaltsortes, damit ich bei diesem nähere Nachforschungen in der obengenannten Angelegenheit anstellen kann.
Hilfausschuus für die Deitschen i.d. Niederlanden. (get.) ....

- (Commissariaat van Politie)
  Aan. het Comité tot Hulpverleening aan Duitschers in Nederland te Rotterdam,'s- Gravendijkwal 150/152
  Dordrecht, den 10 September 1941.
Onder terugzending der bijlage van Uwe apostille No. 3231 dd. 6 dezer, heb ik de eer UEdelAchtbare het volgend ontwerp-antwoord aan te bieden:
"Bij onderzoek is gebleken, dat tijdens de oorlogsdagen van 10-14 Mei 1940, de Heer H.B. DRIESSEN, thans wonende te Breda, Zandberg 28, in de Benthienkazerne alhier het Commando voerde."
De Commissaris van Politie.

- (afschrift C.v.P.; Gemeente Dordrecht)
  DORDRECHT, 12 September 1941.
  Nr. 3435 Bericht op brief dd. 4 Sept 1941 Akt I.C 2
  Onderwerp: Kriegsschaden des Schiffers Johan Hohenboldt auf Kahn "Keo 49" 
  An der Hildssausschusz für die Deutschen in den Niederlanden, 's- Gravendijkwal 150/152, ROTTERDAM
Anlüsslich Ihres obengannten Schreibens teile ich Ihnen mit, das es sich gezeigt hat, dass während der Kriegstage vom 10-14 Mai 1940 der Herr H.B. Driessen, jetzt wohnhaft in Breda, Zandberglaan 28, in der Benthienkaserne in Dordrecht das Kommando führte.
Der Bürgermeister von Dordrecht. Bleeker.

 

- Dordrecht 5 Juni 1840.
Aan den Edelachtbare Heer Burgemeester der Gemeente Dordrecht.
Beleefd wend ondergetekende zich tot Ued. met het volgende:
Donderdag 30 Mei j.l. ontving ondergetekende, welke Zaterdag 25 Mei j.l. als sergeant met groot verlof is vertrokken, van zijn kwartiergever H. v.d. Linden, Langeboom 33b (bij Mill) het bericht, dat tijdens de evacuatie goederen van ondergetekende door Duitse militairen in beslag zijn genomen. Ze hadden koffer en kastje van ondergetekende opengebroken en daaruit meegenomen:
5 onderbeoeken à f 0,95 = f 4,75
5 flanellen à f  0,76 = f 3,80
5 pr. sokken à f 0,65 = f 3,25
4 handdoeken à f 0,35 = f 1,40
10 zakdoeken à f 0,12 = f 1,20
3 shirts à f 1 = f 3
1 pr beenkappen f 3,50
1 pr schoenen f 5,50
1 leerboek Natuurkunde (Bouwman) f 4,75 = f 31,15
1 leerboek Nat. Aardijkskunde (kwast en Zondervan) f 1,90
1 leerboek Opvoeding en Onderwijs (Duijvendijk en Visser) f 2,90
1 leerboek Indie (Brummelkamp, Fahrenfort, v. Leeuwen) f 1,40
Enkele dictaten van Geschiedenis, schrijfgerei, notablok f 1,00 = totaal f 38,35
Beleefd vraagt ondergetekende of genoemde schade gerekend kan worden tot oorlogsschade:
a. zo ja, of hem aan een vergoeding uitgekeerd wordt
b. zo neen, tot wien of welke instantie ondergetekende zich moet wenden om genoemde schade vergoed te krijgen.
Met de meeste hoogachting, Joh.B. IJzendoorn, Hof de Vriendschap 42, Dordrecht

- (Commissariaat van Politie)
   Dordrecht, den 12 Juni 1940
Onder terugzending van het schrijven van Joh.B. Izendoorn, wonende alhier Hof de Vriendschap No. 42, mij in handen gesteld bij Uwe apostille dd. 6 dezer, No. 1616, heb ik de eer UEdelAchtbare het volgend ontwerp-antwoord aan te bieden:
Naar aanleiding van Uw schrijven dd. 5 dezer deel ik U mede, dat, waar Uw goederen in Mill zijn verdwenen, U zich dient te wenden tot den Burgemeester van die gemeente.
De Commissaris van Politie.

- (Gemeente Dordrecht)
Dordrecht, 14 Juni 1940.
aan den Heer Joh. B. Izendoorn, Hof de Vriendschap 42, DORDRECHT
Onderwerp: Vermiste goederen.
Naar aanleiding van bovenaangehaald schrijven deel ik U mede, dat, aangezien Uw goederen in Mill zijn verdwenen, Gij U  dient te wenden tot den Burgemeester van die gemeente.
De BURGEMEESTER van DORDRECHT. Bleeker.

 

- Aan Heeren Burgemeester en Wethouders der Gemeente DORDRECHT
  Vergoeding oorlogsschade.
  Inlevering uniformen.
Door mijn vrouw zijn voor mij, adjudant-onderofficier van de militaire administratie, de Jong, T., Mauritsstraat 5 rood, te DORDRECHT, ten politiebureele ingeleverd alle tot de uitrusting behoorende militaire kleeding en uitrustingstukken, voor zoover deze niet in mijn bezit waren.
Later zijn deze goederen wederom terugontvangen van het Politiebureau.
Daarbij waren echter toen niet meer aanwezig:
   een wandelsabel met koppen en nikkel drager
   een dragon en foudraal, waarin de sabel was opgeborgen,
   bovendien een paar beenkappen.
Door een der inspecteurs is nog verwezen naar park Merwestein. Het zoeken daar had echter geen resultaat.
Beleefd wordt verzocht voor vergoeding in aanmerking te komen.
Dordrecht, 4 Juni 1940, De Verzoeker,

- (Commissariaat van Politie)
  Aan den Burgemeester Dordrecht
  Dordrecht, den 7 Juni 1940.
Onderterugzending der bijlage van uwe apostille No. 1588 dd. 5 dezer, heb ik de eer UEdelAchtbare het volgend ontwerp-antwoord aan te bieden:
Naar aanleiding van Uw bovenaangehaald schrijven deel ik U mede, dat U zich aan het Hoofdbureau van Politie kunt melden om te zien on onder de aldaar in bewaring zijnde ingeleverde wandelsabels Uw eigendom aanwezig is.
Andere militaire goederen zijn daar niet meer.
De eventueele vergoeding voor oorlogsschade zal zich wel niet strekken tot beenkappen e.d., zoodat U in het verlies daarvan wel zult moeten berusten.
De Commissaris van Politie.
(an den Heer T. de Jong, Mauritsstraat 5 rood, alhier)

- (Gemeente Dordrecht)
   Dordrecht, 10 Juni 1940.
   Aan den Heer T. de Jong, Mauritsstraat 5 rood, Dordrecht
Naar aanleiding van Uw bovenaangehaald schrijven deel ik U mede, dat U zich aan het Hoofdbureau van Politie kunt melden om te zien on onder de aldaar in bewaring zijnde ingeleverde wandelsabels Uw eigendom aanwezig is.
Andere militaire goederen zijn daar niet meer.
De eventueele vergoeding voor oorlogsschade zal zich wel niet uitstrekken tot beenkappen e.d., zoodat U in het verlies daarvan wel zult moeten berusten.
De BURGEMEESTER van DORDRECHT. Bleeker.

 

(C) Dordrecht oktober 2010.